Gemeenten krijgen boete voor heimelijk verzamelen van gegevens over moslims

Tien Nederlandse gemeenten krijgen een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens van in totaal 250.000 euro. De gemeenten hebben in het verleden dossiers aangelegd met gevoelige informatie over islamitische inwoners. Dat gebeurde zonder medeweten van de betrokkenen en in strijd met de privacywetgeving. De overtredingen kwamen in 2021 aan het licht. Uit onderzoek bleek dat gemeenten heimelijk informatie hadden laten verzamelen over moslimgemeenschappen. Daarbij ging het onder meer om gegevens over geloofsovertuiging en familieverbanden.
Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens mochten de gemeenten deze informatie niet hebben. Er was geen wettelijke basis voor het verzamelen en verwerken van de gegevens. Toch zijn de rapporten opgesteld en deels gedeeld met andere overheidsinstanties.
Een deel van de informatie belandde bij de politie, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De gemeenten die een boete krijgen zijn Delft, Ede, Eindhoven, Haarlemmermeer, Hilversum, Huizen, Gooise Meren, Tilburg, Veenendaal en Zoetermeer.
AP-voorzitter Aleid Wolfsen spreekt tegenover de NOS van een ernstige schending van de privacy. Mensen binnen islamitische gemeenschappen zijn onderzocht zonder dat zij daarvan op de hoogte waren. “De gemeenten hadden geen enkele grond om die informatie te hebben. De privacy van de getroffen mensen is ernstig geschonden. Dat heeft het vertrouwen in veel gemeenten geschaad.”
De Autoriteit Persoonsgegevens benadrukt dat het hier gaat om gevoelige persoonsgegevens, zoals religie. Voor het verwerken van zulke gegevens gelden strenge regels.
De onderzoeken vonden plaats in een periode waarin de zorgen over extremisme en terrorisme groot waren. Volgens de AP drongen de Rijksoverheid en de NCTV aan op een stevige lokale aanpak van radicalisering en het voorkomen van uitreizen. Die zorgen werden gevoed door de oorlog in Syrië en aanslagen in onder meer Parijs in 2015 en Brussel in 2016. Gemeenten kregen daarbij een centrale rol in de aanpak.
Sommige gemeenten schakelden, op advies van de NCTV, externe onderzoeksbureaus in. Die verzamelden informatie over islamitische gemeenschappen en brachten lokale structuren in kaart. De inhoud van de rapporten verschilde per gemeente. In sommige gevallen bleef het bij het vastleggen van iemands geloof. In andere gevallen bevatten de dossiers ook foto’s, informatie over familieleden en details over spanningen binnen moskeeën.




















































