Franse economie glijdt af richting structurele armoede

De zorgen over de Franse economie nemen toe. Met de nieuwe begroting van premier Lecornu lijkt een koerswijziging opnieuw uit te blijven. Economen en academici waarschuwen dat Frankrijk langzaam terrein verliest binnen Europa. Volgens hen dreigt het land vast te lopen in een structurele neerwaartse spiraal.
Econoom Nicolas Baverez trekt harde conclusies, meldt BNR. Hij spreekt van een economie die steeds verder afglijdt. “Ons land is het Argentinië van Europa geworden. Frankrijk zit gevangen in een helse spiraal die het naar de status van derdewereldland leidt,” stelt hij. Zijn analyse staat niet op zichzelf. Al jaren kampt Frankrijk met een hoge staatsschuld en een fors begrotingstekort. Pogingen om dat structureel aan te pakken stranden telkens in politieke verdeeldheid.
Opvallend is het inflatiebeeld. Terwijl veel Europese landen rond de 2 procent uitkomen, noteert Frankrijk een inflatie van slechts 0,4 procent. Dat wijst niet op stabiliteit, maar op een zwakke binnenlandse economie. De consumptie blijft achter en investeringen groeien nauwelijks. Tegelijk blijven de overheidsuitgaven hoog, terwijl hervormingen uitblijven.
Belastingen zonder hervormingen
De regering hoopt de financiële gaten te dichten met hogere belastingen. Maar volgens critici biedt dat geen structurele oplossing. Meer inkomsten betekenen weinig als de uitgaven niet dalen. In dat geval blijft de staatsschuld doorgroeien. Dat vergroot het risico op financiële problemen op de middellange termijn.
Hoogleraar privaatrecht Frédéric Douet ziet dezelfde trend. Hij spreekt in Le Figaro van een land dat langzaam armer wordt door beleid dat veel kost, maar weinig oplevert. “Het mantra van onze technocraten en politici is dat hogere belastingen onze problemen verhelpen,” schrijft hij kritisch in Le Figaro. Volgens Douet leidt die aanpak juist tot economische verzwakking.
Achterblijvende groei en hoge werkloosheid
De cijfers onderstrepen die zorgen. Voor het derde jaar op rij ligt het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking onder het Europese gemiddelde. Ook de werkloosheid blijft hoger dan in veel andere EU-landen. Baverez waarschuwt dat belastingverhogingen dit probleem kunnen verergeren. Volgens hem duwen ze meer mensen richting armoede, terwijl de opbrengst voor de staat beperkt blijft.
Als alternatief wijst hij op productiviteit. Frankrijk werkt minder uren dan vergelijkbare economieën. Fransen beginnen gemiddeld rond hun 22,5e met werken en gaan rond 62,5 jaar met pensioen. Mannen leven gemiddeld tot hun 80e, vrouwen zelfs tot 85,6 jaar. Toch ligt het gemiddeld aantal gewerkte uren per jaar op 674. In andere grote Europese landen ligt dat tussen de 715 en 767 uur. In Nederland is dat circa 830 uur.
Zware last voor bedrijven
Ook de nieuwe begroting baart zorgen. De regering wil 44 miljard euro extra ophalen. Daarvan komt 12 miljard euro voor rekening van het bedrijfsleven. Baverez spreekt van een versnelde “financiële verstikking”. Volgens hem creëren de plannen “de voorwaarden voor een grote financiële schok”.
Als Frankrijk deze koers vasthoudt, waarschuwt hij, dreigt het land zijn positie in de wereldeconomie te verliezen. In dat scenario zou Frankrijk tegen het einde van dit decennium niet langer tot de tien grootste economieën ter wereld behoren. Voor veel economen is dat geen doembeeld, maar een reëel risico als structurele hervormingen opnieuw uitblijven.






















































