D66 benoemt Rob Jetten in debat tot ‘eerste klimaatpremier van Nederland’

D66 heeft partijleider Rob Jetten alvast aangekondigd als de ‘eerste klimaatpremier van Nederland’ door D66-Kamerlid Klos tijdens een debat over het coalitieakkoord. Vanuit de minderheidscoalitie ligt er een grote wens om de CO2-uitstoot fors terug te dringen. In de Tweede Kamer klinkt tegelijk scepsis over de koers rond nieuwe kerncentrales.
Oppositiepartijen vrezen dat bestaande plannen voor kernenergie worden afgezwakt. Het afzwaaiende kabinet-Schoof had aangekondigd dat de bouw van minstens twee grote kerncentrales doorgaat. Ook zou de levensduur van de centrale in Borssele worden verlengd en de komst van nog twee extra centrales worden voorbereid. In het nieuwe coalitieakkoord lijken die ambities minder vastomlijnd.
Twijfel over kerncentrales
Kamerleden Heutink (Groep-Markuszower), Grinwis (ChristenUnie) en Laurens Dassen wijzen op formuleringen in het akkoord. Er staat dat wordt doorgewerkt aan vier nieuwe kerncentrales, maar met de toevoeging dat dit ‘conventionele’ of ‘modulaire reactoren’ ‘kunnen’ zijn. Volgens hen biedt vooral dat woord ruimte om plannen later af te zwakken.
Tijdens het debat komt er weinig helderheid vanuit de coalitie. D66-Kamerlid Klos zegt dat zijn partij kernenergie ziet als onderdeel van de energiemix. Tegelijk legt hij de nadruk op de aanleg van ‘kilometers’ aan nieuwe windturbineparken op zee. VVD’er De Groot kan niet aangeven hoeveel kerncentrales er komen en of het om grote of kleine gaat. Hij stelt alleen dat niet is vastgelegd dat kernenergie wordt uitgesloten.
Klimaatambities en rechtbank
Volgens Klos staat één ding vast: er wordt extra ingezet op vergroening. Hij noemt Jetten daarom geen ‘klimaatdrammer’ meer, maar de ‘eerste klimaatpremier van Nederland’. Die uitspraak leidt tot discussie in de Kamer.
Daarbij speelt ook een recente uitspraak van de rechtbank in Den Haag een rol. In een zaak van Greenpeace tegen de Staat oordeelde de rechter dat de huidige Nederlandse klimaatdoelen onvoldoende zijn. Volgens de rechtbank zijn harde, juridisch bindende emissiereductiedoelen verplicht. Die moeten binnen anderhalf jaar worden vastgelegd, ook voor luchtvaart en scheepvaart.
Achter de schermen wordt gesproken over grote gevolgen voor het klimaatbeleid. Dit terwijl Nederland volgens het Planbureau voor de Leefomgeving al afstevent op 45 tot 53 procent minder uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990.
Hoger beroep onzeker
Tegen de uitspraak is hoger beroep mogelijk. Demissionair VVD-minister Sophie Hermans heeft daarover nog geen besluit genomen. Mogelijk laat zij dit over aan haar opvolger, aanstaand D66-minister Stientje van Veldhoven.
JA21-Kamerlid Van den Berg pleit ervoor om sowieso in hoger beroep te gaan. Volgens hem is het verstandig dat hogere rechters zich hierover buigen. In het debat krijgt die oproep echter weinig aandacht. Ook VVD-Kamerlid De Groot zegt niet op de zaak vooruit te willen lopen.
























































