BBB-staatssecretaris verdedigt box 3: minder ruimte voor burgers, meer voor de staat

Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen (BBB) heeft tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer de hervorming van box 3 verdedigd. Volgens Heijnen is het aanvaardbaar dat hogere belastingen investeringsmogelijkheden van burgers sterk beperken, omdat de overheid die middelen kan inzetten om welvaart te creëren.
Zijn toelichting kwam tijdens een debat over twee verschillende vormen van vermogensbelasting. Bij een vermogenswinstbelasting wordt belasting geheven op het moment dat winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij de verkoop van aandelen of vastgoed. Een vermogensaanwasbelasting belast ook waardestijgingen die nog niet zijn verzilverd.
Rol van de overheid
Heijnen stelde dat beide belastingvormen op lange termijn evenveel opleveren. ‘In de raming, zoals die ook is gecertificeerd door het CPB, leveren een vermogenswinstbelasting en een vermogensaanwijsbelasting structureel over de lange termijn evenveel op’. Volgens hem is het idee dat een vermogenswinstbelasting automatisch meer oplevert te simpel.
Daarover zei hij: ‘Je zou kunnen zeggen, ja maar een vermogenswinstbelasting levert meer op omdat er niet verplicht verkocht hoeft te worden’. Vervolgens erkende hij: ‘Een geïnvesteerd bedrag groeit harder bij een vermogenswinstbelasting dan bij een vermogens aanbelasting en dat is mechanisch natuurlijk gewoon juist’.
Volgens Heijnen betekent dat echter niet dat dit beter is voor de totale welvaart. Hij benadrukte juist de rol van de staat. ‘Je betaalt belasting en geld verplaatst zich dan van de burger naar de overheid en de overheid kan deze vervolgens inzetten om op een andere wijze welvaart te creëren’.
Voormalig Europarlementariër Rob Roos reageerde via X fel op die redenering. ‘Ze zien de burger vooral als “werkbijen van de Staat”’. Daarbij voegde hij toe: ‘Net als in de DDR destijds’.
Kritiek van rechts op box 3
De nieuwe box 3-wet is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer, maar bij rechtse partijen overheerst scepsis. Zowel BBB als JA21 erkennen dat het oude stelsel onhoudbaar was. Het forfaitaire systeem en de tegenbewijsregeling lagen juridisch onder vuur en pakten volgens hen onrechtvaardig uit, vooral voor vastgoedbezitters.
Toch plaatsen beide partijen fundamentele kanttekeningen bij de gekozen vermogensaanwasbelasting. Daarbij wordt niet alleen rente en dividend belast, maar ook waardestijgingen van beleggingen die nog niet zijn verkocht. Volgens BBB en JA21 komt dat neer op belasting op papieren winst. Zij vinden het onjuist om belasting te heffen zonder dat er liquide middelen tegenover staan.
Daarnaast wijzen zij op het ontbreken van inflatiecorrectie en op beperkte mogelijkheden voor verliesverrekening. Verliezen mogen alleen vooruit worden verrekend, niet terug. Dat kan ertoe leiden dat over meerdere jaren per saldo verlies wordt geleden, terwijl er toch belasting is betaald.
Beide partijen waarschuwen ook voor kapitaalvlucht. Beleggers kunnen uitwijken naar andere landen of hun vermogen verplaatsen naar box 2. Hoewel de wet is aangenomen, is het debat daarmee niet afgesloten. De regeling wordt na drie jaar geëvalueerd en uiterlijk in 2028 moet een nieuw voorstel volgen. Voor rechts is box 3 daarmee nadrukkelijk nog geen eindstation.
Ook de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD is zeer kritisch op de belastinghervorming. Op X schrijft de organisatie: 'Laat duidelijk zijn: het fictief rendement is wat ons betreft een van de meest desastreuze keuzes in de recente politieke geschiedenis.'























































