Partij voor de Dieren sleept burgemeester Den Haag voor de rechter

De Partij voor de Dieren begint een rechtszaak tegen burgemeester Jan van Zanen van Den Haag. De zaak draait om een demonstratie die de partij in 2024 wilde organiseren. Volgens de partij werd het demonstratierecht onterecht beperkt door de gemeente, meldt Omroep West.
De actie was bedoeld als protest tegen het gebruik van kangoeroeleer in producten zoals voetbalschoenen. In het centrum van Den Haag verkopen winkels als Decathlon en Intersport volgens de partij schoenen waarin dat leer wordt verwerkt.
De partij wilde daarom demonstreren op de Grote Marktstraat, een drukke winkelstraat tussen beide winkels. Het plan was om met twintig mensen actie te voeren. De burgemeester gaf echter alleen toestemming voor een demonstratie met maximaal tien deelnemers.
Kritiek op beperking van demonstratie
Volgens de Partij voor de Dieren is die beperking onterecht. De partij stelt dat het recht om te demonstreren hierdoor wordt ingeperkt.
Partijvertegenwoordiger Esmée Fonville zegt dat de demonstratie bedoeld was om aandacht te vragen voor het afschieten van kangoeroes in Australië. ‘Dat willen we helpen stoppen.’
De partij wijst ook op een verschil met andere activiteiten in de winkelstraat. Volgens de partij geldt er voor commerciële evenementen minder strenge regels. ‘Demonstreren met twintig personen mag niet, maar een winkelevent met honderden personen mag van de gemeente wel’, stelt de partij.
Gemeente verwijst naar demonstratiebeleid
Burgemeester Van Zanen beroept zich op het demonstratiebeleid van de gemeente Den Haag. In dat beleid staat dat demonstraties op de Grote Marktstraat niet groter mogen zijn dan tien personen.
Volgens de burgemeester is het demonstratierecht belangrijk, maar moeten er soms grenzen worden gesteld. Hij noemt demonstreren een ‘groot goed’ en zegt dat vooraf een afweging is gemaakt.
Van Zanen legt uit dat de drukte in de winkelstraat daarbij een rol speelt. ‘Bij demonstraties in de drukste winkelstraten van de stad moet goed worden gekeken naar de doorstroming en de beheersbaarheid van de situatie.’
De burgemeester besloot daarom de demonstratie te beperken tot tien deelnemers. Volgens hem kon zo de veiligheid worden gegarandeerd terwijl het protest toch zichtbaar bleef.
Zaak komt voor de rechter
De Partij voor de Dieren maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester. De bezwaarschriftencommissie van de gemeente gaf de partij gelijk. Volgens Fonville weegt het recht om te demonstreren zwaarder dan gemeentelijk beleid. ‘Het demonstratierecht is een fundamenteel recht.’
Omdat de burgemeester bij zijn besluit bleef, heeft de partij nu besloten naar de rechter te stappen. De zaak wordt op dinsdag 10 maart behandeld bij de rechtbank in Den Haag.






















































