Nieuw stikstofplan van wetenschappers moet Nederland van het slot halen

Een brede groep wetenschappers denkt een nieuwe uitweg te hebben gevonden uit de stikstofcrisis. In een nieuw rapport stellen zij dat Nederland van het stikstofslot kan komen als de uitstoot niet langer vooral per individueel project wordt bekeken, maar veel meer per gebied wordt aangepakt. Daarbij moet de nadruk komen te liggen op stevige emissiereductie en natuurherstel, vooral in een strook van 500 meter rond beschermde natuurgebieden. Dit meldt De Telegraaf.
De onderzoekers beschrijven hun voorstel in het rapport De Nederlandse stikstofcrisis: van verwarring naar verbinding. Aan het stuk werkten acht auteurs mee. Opvallend is dat het niet alleen is geschreven door ecologen en stikstofdeskundigen, maar ook door juristen. Juist die combinatie moet ervoor zorgen dat het plan niet alleen inhoudelijk werkt, maar ook stand kan houden bij de rechter.
Gebiedsplafond als kern van het plan
De kern van het voorstel is dat er per gebied een harde bovengrens komt voor de totale stikstofuitstoot. Zo’n zogeheten gebiedsplafond moet wettelijk worden vastgelegd. Daarna moeten bedrijven en boeren samen zorgen dat de uitstoot onder dat plafond blijft. Volgens de opstellers maakt dat het systeem veel duidelijker en werkbaarder dan de huidige aanpak.
Wim de Vries, stikstofhoogleraar aan Wageningen University & Research en een van de auteurs, zegt dat hiermee eindelijk een route ontstaat waarmee vergunningverlening weer op gang kan komen. Tegenover De Telegraaf stelt hij: “Wij stellen voor om een gebiedsplafond in te stellen. Boeren moeten maatregelen nemen die zij het meest geschikt achten. De emissiereductie wordt bij elkaar opgeteld, en dan moet er gekeken worden of het gebiedsplafond gehaald wordt.”
Volgens De Vries zit daar ook meteen het grote verschil met het huidige beleid. Nu wordt vaak tot achter de komma gerekend wat een individueel project aan neerslag veroorzaakt op kwetsbare natuur. In de voorgestelde aanpak draait het veel meer om de totale uitstoot in een gebied en om de vraag of de afgesproken daling echt wordt gehaald. Boeren krijgen daarbij meer ruimte om zelf te bepalen hoe zij dat doen. “De boer zit daarmee weer zelf aan het stuur en kan zijn eigen koers bepalen.”
Extra ingrepen rond kwetsbare natuur
Een belangrijk onderdeel van het plan is de zone van 500 meter rond beschermde natuurgebieden. Juist daar moet volgens de onderzoekers fors worden ingegrepen. In beheerplannen voor elk beschermd natuurgebied moet een aparte stikstofparagraaf komen, met daarin de totale uitstoot in het gebied en de reductie die nodig is. Binnen die straal van 500 meter moet de uitstoot extra hard omlaag.
De Vries benadrukt dat dit niet automatisch betekent dat boeren in zo’n zone moeten verdwijnen. “Stel, je moet gemiddeld 70 procent reduceren in die zone van 500 meter, dan is dat veel. Maar wanneer iemand al een heel modern bedrijf heeft, dan zal de bijdrage van dat bedrijf veel minder zijn om tot de totale reductie in die zone te komen.” Volgens hem hoeft zo’n aanpak dus niet neer te komen op grootschalige uitkoop, vertelt hij aan De Telegraaf: “Een boer met een nieuwe stal uitkopen is kapitaalvernietiging. Hiermee help je de boer om bij te dragen, en kan hij zelf bepalen wat hij doet binnen de gestelde eisen.”
De onderzoekers willen ook af van Aerius als centraal instrument voor vergunningverlening. Met dat systeem wordt nu berekend hoeveel stikstof op natuur neerdaalt. Volgens de auteurs heeft juist die manier van rekenen Nederland in een bestuurlijk en juridisch moeras gebracht. In hun voorstel verschuift de aandacht van gedetailleerde depositieberekeningen naar toetsing op gebiedsniveau, gekoppeld aan echte uitstootdaling en natuurherstel.
Moet ook standhouden bij de rechter
Dat het rapport ook juridisch bruikbaar moet zijn, is volgens de makers een van de sterkste punten. De Vries zegt dat twee juristen bewust hebben meegeschreven om het plan beter bestand te maken tegen juridische procedures. “Twee juristen hebben meegewerkt aan dit onderzoek. Zij hebben afgedekt dat dit plan juridisch gezien mogelijkheden biedt om aan het additionaliteitsprincipe te voldoen.”
Dat additionaliteitsprincipe is een belangrijk struikelblok in de huidige stikstofaanpak. Kort gezegd betekent het dat de overheid eerst moet aantonen dat er voldoende extra maatregelen zijn genomen om natuurdoelen te halen, voordat nieuwe activiteiten met stikstofuitstoot kunnen worden toegestaan. Juist daar loopt het volgens de onderzoekers nu vaak vast. Zelfs investeringen die de uitstoot verlagen, komen daardoor soms niet van de grond.
De Vries noemt als voorbeeld een nieuwe stal die schoner is dan de oude situatie, maar toch niet gebouwd mag worden omdat ook die nieuwe stal nog enige uitstoot veroorzaakt. “Nu is het zo dat ook een nieuwe stal die zorgt voor minder uitstoot, niet kan worden neergezet, omdat óók die nieuwe stal voor uitstoot zorgt. Daarom zitten we vast. Maar door het op gebiedsniveau in te richten, kun je binnen het natuur- en milieurecht deze zaak regelen.”
‘Blauwdruk voor de nieuwe minister’
Ook ingenieur Wouter de Heij werkte mee aan het rapport. Hij beet zich de afgelopen jaren intensief vast in het stikstofdossier en adviseerde meerdere ministers en politici. De Heij zegt tegenover De Telegraaf dat het rapport mede is ontstaan uit frustratie over het idee dat het stikstofprobleem te ingewikkeld zou zijn geworden om nog uit te leggen of op te lossen. “Ik ben opgeleid aan de TU Delft en ben gek op cijfers en tabellen, maar geen professor. Hooguit een goed ingevoerde onderzoeker. Veel mensen zeggen dat het zo’n complex dossier is en dat het niet meer is plat te slaan en terug te voeren naar uitlegbaar beleid. Ik heb veel respect voor de deskundigen waarmee afgelopen maanden is samengewerkt. Dat leidt tot dit rapport, dat wetenschappelijk verantwoord is.”
Volgens De Heij kan het voorstel direct bruikbaar zijn voor het kabinet. “Het kan zeker een blauwdruk zijn voor de nieuwe minister van Landbouw.” Daarbij denkt hij dat het plan niet alleen bestuurlijk en juridisch kansrijk is, maar ook maatschappelijk beter kan landen dan veel eerdere stikstofmaatregelen. “Ik durf zelfs te zeggen dat veel boeren met dit verhaal zouden kunnen leven.”
Daarmee proberen de onderzoekers een middenweg te schetsen in een dossier dat al jaren muurvast zit. Hun boodschap is dat streng natuurherstel en werkbare vergunningverlening wel degelijk samen kunnen gaan, zolang de overheid kiest voor een heldere gebiedsaanpak, harde emissieplafonds en ruimte voor boeren om zelf invulling te geven aan de reductie. Of het kabinet die handschoen oppakt, moet de komende tijd blijken. Maar volgens de opstellers ligt er nu in elk geval een plan op tafel dat Nederland weer in beweging kan krijgen.

















































