Debattraining D66-minister kost klauwen met geld: drie sessies voor 9.000 euro

Minister Elanor Boekholt-O'Sullivan (Volkshuisvesting) heeft voor 9000 euro hulp gekregen van een debattrainer. Het gaat om drie sessies. Dat blijkt uit informatie van het ministerie na vragen van De Telegraaf. De trainingen moesten de D66-minister helpen bij haar optreden in debatten met de Tweede Kamer.
Boekholt-O'Sullivan kent een lastige start als minister. In de Kamer komt zij volgens critici vaak onzeker over. Ze leunt regelmatig op haar ambtenaren. Ook vallen er soms lange stiltes als zij een vraag krijgt waarop zij niet direct een antwoord heeft. Tijdens een debat omschreef zij zichzelf zelfs als een ’hert in de koplampen’.
De inzet van een debattrainer past in een bredere poging om de minister politiek steviger te maken. Volgens De Telegraaf zijn naast de debatcoach ook twee ervaren militairen naar voren geschoven om haar te ondersteunen. Boekholt-O'Sullivan kwam zelf ook uit de militaire top. Juist daarom is haar moeizame begin in Den Haag opvallend.
9000 euro voor drie sessies
Volgens het ministerie gaat het om ongeveer 9000 euro voor drie bijeenkomsten met de debattrainer. In dat bedrag zitten ook voorbereidingskosten. De trainer zou onder meer eerdere Kamerdebatten van Boekholt-O'Sullivan hebben bekeken. Daarna kon hij haar wijzen op punten die beter moesten.
De debatcoach is volgens De Telegraaf een ervaren gespreksleider met een eigen bedrijf. Dat bedrijf biedt workshops en trainingen aan. De opdracht voor Boekholt-O'Sullivan is inmiddels afgerond. Volgens haar woordvoerder blijft het bij de drie sessies.
Het ministerie verdedigt de keuze voor de training. Boekholt-O'Sullivan zou zich laten bijstaan omdat zij ’nieuw is in het vak’ en ’het debat met de Kamer heel belangrijk vindt’. Daarmee presenteert het ministerie de training als een normale vorm van voorbereiding voor een nieuwe bewindspersoon.
Valse start in het kabinet
De hulp komt na een reeks ongelukkige momenten. Boekholt-O'Sullivan begon als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het kabinet-Jetten. D66 schoof haar naar voren als iemand met veel ervaring. De partij wees op haar loopbaan bij Defensie, haar leiderschapservaring en haar kennis van grote maatschappelijke opgaven.
In de praktijk bleek de overstap naar de politieke arena zwaar. In debatten maakte zij volgens meerdere waarnemers weinig indruk. Een ervaren Kamerlid noemde haar eerste optredens tegenover De Telegraaf kortweg „verschrikkelijk”. Daarbij werd wel aangetekend dat het begin voor nieuwe bewindspersonen vaker moeilijk is, zeker als zij van buiten de politiek komen.
Toch leidde haar optreden al snel tot gefluister in Den Haag. Filmpjes van haar moeizame debatmomenten gingen rond. De minister moest soms lang zoeken naar woorden. Ook had zij vaak steun nodig van ambtenaren achter haar. Dat zorgde voor een beeld van een bewindsvrouw die haar zware portefeuille nog niet goed in de vingers heeft.
Woningbouwdossier onder vergrootglas
De druk op Boekholt-O'Sullivan is extra groot omdat zij verantwoordelijk is voor volkshuisvesting. Dat is een van de belangrijkste dossiers van het kabinet. D66 maakte in de campagne veel werk van woningbouw. De partij beloofde onder meer 100.000 woningen per jaar en tien nieuwe steden.
Juist op dat dossier wordt van de minister verwacht dat zij stevig optreedt. Kamerleden willen duidelijkheid over tempo, locaties en keuzes. In zo’n debat is politieke behendigheid belangrijk. Boekholt-O'Sullivan moet niet alleen de inhoud kennen, maar ook snel kunnen reageren op kritiek.
Volgens De Telegraaf moest de debattrainer haar helpen om nieuwe flaters te voorkomen. Donderdag stond zij voor een belangrijke test in haar eerste grote woningbouwdebat. Dat debat moest laten zien of de extra hulp effect heeft gehad.
Douchemuntjes-gate
Naast de moeizame debatten kreeg de minister ook te maken met de zogenoemde ’douchemuntjes-gate’. In een interview met een buitenlandse krant zei Boekholt-O'Sullivan dat Nederlanders moeten wennen aan een soberdere levensstijl. Daarbij gebruikte zij als metafoor de douche- en telefoonmuntjes die volgens haar op missie in Afghanistan werden gebruikt.
Die vergelijking viel slecht. De Kamer vond dat zij zo’n visie eerst in het parlement had moeten bespreken. Daarna bleek ook nog dat haar verhaal over de muntjes niet klopte. Dat maakte de zaak voor de minister extra pijnlijk.
Boekholt-O'Sullivan moest terugkomen op haar woorden. Volgens De Telegraaf werd zelfs gefluisterd dat zij heeft overwogen om op te stappen. Uiteindelijk koos zij ervoor door te gaan. De debattraining moet worden gezien als onderdeel van die poging om de schade te herstellen en sterker terug te komen.




















































