FVD legt dubbele maat bloot met Kamervragen over Henry Nowak

FVD-Kamerlid Tom Russcher heeft Kamervragen gesteld over de dood van de Britse student Henry Nowak. Daarbij gebruikte hij bewust vragen die sterk lijken op Kamervragen die in 2020 door PvdA, SP en GroenLinks werden gesteld over de dood van George Floyd. Het doel was duidelijk: zichtbaar maken hoe anders het kabinet reageert wanneer de politieke lading van een zaak verandert.
Henry Nowak werd op 3 december 2025 in Southampton doodgestoken. In de vragen van Russcher wordt gesteld dat hij vijf keer werd neergestoken met een ceremonieel zwaard en stervend door de politie werd geboeid. Ook wordt verwezen naar de beschuldiging dat de dader Nowak vals zou hebben weggezet als iemand die racistische uitlatingen deed.
Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken reageert terughoudend. Hij schrijft dat hij via mediaberichten op de hoogte is van de zaak. Op meerdere vragen over het optreden van de Britse politie antwoordt hij dat het een zaak is van de Britse autoriteiten. 'Het is aan hen om de feiten vast te stellen, de toedracht te onderzoeken en indien nodig maatregelen te treffen.'
Dat staat in scherp contrast met de beantwoording van Kamervragen over George Floyd in 2020. Toen noemde toenmalig minister Stef Blok de dood van Floyd 'een schokkende gebeurtenis die nooit had mogen gebeuren'. Ook schreef hij dat de beelden 'zeer aangrijpend' waren.
Blok trok de zaak bovendien breder. Hij schreef dat racisme niet alleen een Amerikaans probleem is, maar ook in Nederland en elders in de wereld speelt. Ook meldde hij dat hij in overleg met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aandacht had gevraagd voor de strijd tegen racisme en discriminatie.
Bij Nowak kiest het kabinet voor een smallere lijn. Op de vraag of Berendsen publiekelijk aandacht wil vragen voor de zaak en medeleven wil betuigen aan de familie, noemt hij de dood van Nowak wel 'een tragische gebeurtenis'. Ook schrijft hij: 'mijn medeleven gaat uit naar zijn familie en naasten.' Maar tegelijk benadrukt hij dat het kabinet terughoudend is met publieke uitspraken over individuele strafzaken in andere landen.
Russcher vraagt ook waarom Nederlandse media en politiek nauwelijks aandacht hebben besteed aan Nowak, terwijl vergelijkbare zaken tot veel grotere reacties leidden. Berendsen gaat daar niet inhoudelijk op in. 'De keuze voor berichtgeving is aan onafhankelijke media zelf. Het is niet aan het kabinet om dit te beoordelen', schrijft hij.
Ook de overeenkomst tussen de laatste woorden van Nowak en die van George Floyd komt terug in de vragen. Russcher wijst erop dat Nowak volgens de vraag ook “I can’t breathe” zou hebben gezegd. Het kabinet wil daar geen oordeel aan verbinden. 'Het kabinet doet geen uitspraken over de mate van maatschappelijke of politieke aandacht.'
Op één punt geeft Berendsen Russcher gelijk. De FVD’er vraagt of consequent anti-racismebeleid betekent dat geweld en institutioneel falen moeten worden veroordeeld ongeacht de achtergrond van het slachtoffer. Het antwoord is kort. 'Ja. Gelijke behandeling en nondiscriminatie zijn kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat.'
Daarmee erkent het kabinet het principe, maar blijft het in de concrete zaak-Nowak terughoudend. Juist dat verschil lijkt de kern van Russchers politieke punt te zijn. Bij George Floyd koos het kabinet voor morele duiding en een ferm standpunt. Bij Henry Nowak volgt vooral afstandelijkheid en verwijzing naar de Britse autoriteiten.


















































