Kabinet weet niet of er misdaden worden gepleegd met Nederlandse busjes in Oekraïne

Nederland kan niet met zekerheid zeggen wat Oekraïne doet met de twintig gevangenisbussen die het kabinet aan het land heeft geschonken. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Van Bruggen op Kamervragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Officieel zijn de bussen bedoeld voor het Oekraïense gevangeniswezen, maar er zijn al langer zorgen over hardhandige mobilisatiepraktijken in Oekraïne. Op beelden uit het land is te zien hoe mannen op straat worden aangehouden en in busjes worden afgevoerd naar rekruteringscentra. In Oekraïne staat die praktijk bekend als “busificatie”.
De Nederlandse gevangenisbussen moeten worden gebruikt voor het vervoer van gedetineerden. Maar zodra de voertuigen zijn overgedragen, is Oekraïne eigenaar. Daarmee heeft Nederland geen directe zeggenschap meer over het gebruik.
Van Houwelingen vroeg daarom of de Nederlandse gevangenisbussen mogelijk ook voor zulke mobilisatie kunnen worden gebruikt. De staatssecretaris geeft daar geen harde garantie tegen.
Kabinet erkent berichten over gedwongen mobilisatie
Van Houwelingen vroeg de staatssecretaris of zij bekend is met “talloze berichten en video’s” van Oekraïners die met geweld uit hun woning of van straat worden gehaald en daarna in bussen worden afgevoerd. Het antwoord is kort: “Ja.”
Daarmee erkent het kabinet dat de berichten over zulke praktijken bekend zijn. Toch wil Van Bruggen niet meegaan in de suggestie dat de Nederlandse bussen daarvoor bedoeld zijn of zullen worden gebruikt.
Volgens haar zijn de voertuigen overgedragen aan het Oekraïense ministerie van Justitie. De mobilisatie wordt in Oekraïne uitgevoerd door het ministerie van Defensie. Het kabinet maakt dus een formeel onderscheid tussen gevangenisvervoer en militaire rekrutering.
Bussen zijn nu eigendom van Oekraïne
De staatssecretaris benadrukt dat de bussen zijn geschonken voor een specifiek doel. “De bussen zijn overgedragen aan het ministerie van Justitie van Oekraïne ten behoeve van het Oekraïense gevangeniswezen voor specifiek gebruik binnen detentie en transport van gedetineerden”, schrijft zij.
Volgens haar zijn de voertuigen ontwikkeld voor dat doel. Nederland schonk ze om Oekraïne te helpen gedetineerden “veilig en humaan” te vervoeren.
Maar daarna volgt de cruciale beperking. “Nadat de bussen zijn overgedragen is Oekraïne de eigenaar geworden van de bussen.”
Daarmee blijft onduidelijk of Nederland ook na de overdracht controle houdt op het eindgebruik.
Geen duidelijk antwoord op navraag
Van Houwelingen vroeg of het kabinet aan Oekraïne wil vragen of de Nederlandse bussen worden gebruikt voor het met geweld afvoeren van mannen richting het front. Ook vroeg hij of het kabinet dat wenselijk zou vinden.
Van Bruggen geeft daarop geen rechtstreeks antwoord. Zij herhaalt dat de bussen bedoeld zijn voor detentie en gedetineerdentransport. Ook stelt zij dat het Oekraïense ministerie van Justitie verantwoordelijk is voor de inzet binnen het gevangeniswezen.
Een expliciete toezegging om het daadwerkelijke gebruik te controleren of bij Oekraïne na te vragen, geeft zij niet.
Gevangeniswezen onder druk
Volgens het kabinet is de donatie nodig omdat het Oekraïense gevangeniswezen zwaar onder druk staat door de oorlog. Van de 91 gevangenissen zijn er zeven door Rusland bezet, twee volledig verwoest en twaalf zwaar beschadigd.
Sinds 2022 moest Oekraïne twaalf gevangenissen en ongeveer 4000 gevangenen verplaatsen. Ook zou er een tekort zijn aan materieel, waaronder transportcapaciteit voor gedetineerden.
Oekraïne deed via EuroPris, de Europese netwerkorganisatie voor het gevangeniswezen, een oproep om hulp. De Dienst Justitiële Inrichtingen zag daarna een mogelijkheid om twintig afgeschreven Nederlandse gedetineerdenbussen te schenken.
Stukken nog niet openbaar
Van Houwelingen vroeg ook om het oorspronkelijke Oekraïense verzoek en alle communicatie tussen Nederland en Oekraïne over de donatie. Die documenten zijn nog niet openbaar. Volgens Van Bruggen loopt er al een Woo-verzoek over dezelfde stukken. Het besluit daarop wordt in de zomer verwacht. Daarna zal het kabinet het besluit met de Kamer delen.


















































