Woo: ambtenaren werkten strengere aanpak van probleemwolven tegen

Staatssecretaris Silvio Erkens wil probleemwolven sneller kunnen aanpakken. Hij wacht daarvoor niet op een debat in de Tweede Kamer. De Kamer vond geen tijd om zijn plannen vóór het zomerreces te bespreken, maar Erkens zet toch door. De haast komt niet uit de lucht vallen. Wolven hebben jongen. Roedels zijn daardoor groter en ouderdieren kunnen agressiever reageren. Zij moeten hun jongen voeden en beschermen. Erkens wil nieuwe confrontaties tussen wolven, vee, honden en mensen voorkomen.
Toch gaat hij minder ver dan zijn voorganger Jean Rummenie wilde. Uit Woo-stukken ontstaat het beeld dat Rummenie juist een veel stevigere aanpak voor ogen had, maar daarbij op weerstand stuitte binnen zijn eigen ministerie. Dit meldt Stichting Agri Facts op basis van onderzoek.
Rummenie wilde sneller ingrijpen
Rummenie wilde een eenvoudige procedure om agressieve wolven snel en effectief aan te pakken. Vergunningen moesten sneller worden verleend en het aantal besluitmomenten moest beperkt blijven.
Dat zou provincies en gemeenten meer ruimte geven om op te treden wanneer een wolf gevaarlijk gedrag vertoont. Het oude beleid ging nog uit van een wolf die streng beschermd was en in de praktijk bijna onaantastbaar bleef.
Volgens de stukken zagen ambtenaren van LVVN zo’n ruimere aanpak niet zitten. Ook natuurorganisaties en wetenschappers uit het pro-wolfnetwerk op universiteiten zouden moeite hebben gehad met de verlaagde Europese beschermingsstatus van de wolf. Een groot deel van Rummenies tijd ging daardoor op aan discussies met ambtenaren, onderzoekers en natuurclubs.
Botsing over Wagenings rapport
De spanning liep op rond een rapport van Wageningen over de staat van instandhouding van de wolf. De ecologen keken vooral vanuit natuurbelang. Zij pleitten voor meer ruimte voor de wolf in Nederland en adviseerden het beleid daarop aan te passen.
Rummenie vond dat wereldvreemd. Hij ergerde zich eraan dat zijn ambtenaren volgens hem te makkelijk met die lijn meegingen. “De kritiekloosheid overheerst weer eens”, zei hij daarover.
Daarom wilde hij een second opinion. Niet opnieuw van iemand uit hetzelfde netwerk, maar van een externe deskundige met een frisse blik én een goede wetenschappelijke reputatie.
Berenschot moest impasse ‘wegpolderen’
Volgens de Woo-stukken wilden ambtenaren daar niet in mee. Zij schakelden zonder overleg met de staatssecretaris bureau Berenschot in om de impasse rond het wolvendossier vlot te trekken.
Dat rapport kwam er uiteindelijk niet. Berenschot zag zelf dat het geen ecologische expertise had. Bovendien voelde Rummenie zich door de stap feitelijk buitenspel gezet.
In dezelfde periode zou ook selectief informatie zijn gelekt over de staatssecretaris. Daarbij ontstond volgens de auteur het beeld dat Rummenie niets van wetenschap moest hebben. Dat was juist niet zijn punt. Hij wilde een andere wetenschappelijke blik, buiten het bestaande wolvenwereldje.
Italiaanse expert kreeg tegenwind
Rummenie kwam uit bij de Italiaanse professor Marco Apollonio. Hij geldt internationaal als erkend wolvenexpert. Maar ook die keuze viel binnen het ministerie slecht.
Uit de openbaar gemaakte stukken blijkt dat ambtenaren neerbuigend spraken over zijn komst. Zij mopperden dat Apollonio zou zijn ingehuurd om “het touwtje lager te leggen”.
De vrees zat vooral in zijn bredere benadering. Apollonio kijkt niet alleen naar ecologische geschiktheid. Hij weegt ook mee of een gebied sociaal geschikt is voor de wolf. Met andere woorden: past de wolf daar ook bij de mensen, landbouw en leefomgeving?
Ondanks de weerstand ging Apollonio aan de slag. Opvallend is dat er ruim een jaar later nog steeds geen rapport ligt. Volgens de laatste informatie wordt er nog aan gewerkt. Apollonio bevestigde desgevraagd dat hij lang moest wachten op een dataset. Onduidelijk is of hij nog steeds aan de oorspronkelijke opdracht werkt, of dat de opdracht later is aangepast.
Erkens kiest voor voorzichtiger route
Erkens lijkt nu minder hard tegen de ambtelijke lijn in te gaan dan Rummenie. Hij wil wel sneller kunnen ingrijpen, maar stap voor stap. Bij hem is een wolf niet meteen een probleemwolf. Eerst kan sprake zijn van ongewenst gedrag. Daarna van een probleemsituatie met een wolf. Pas in laatste instantie, bijvoorbeeld bij herhaling, wordt gesproken van een probleemwolf.
Ook met afschot blijft Erkens terughoudender dan Rummenie wilde. Dat heeft ook te maken met juridische risico’s. De Raad van State wees erop dat ruime vergunningverlening en weinig controlemomenten kunnen leiden tot fouten. Als de verkeerde wolf wordt afgeschoten, ligt een gang naar de rechter voor de hand.
Daarom moet bij de procedure een onafhankelijke wolvendeskundige meekijken. Over de vraag wie zo onafhankelijk genoeg is, loopt nog discussie. Mag dat iemand zijn van bijvoorbeeld de Zoogdiervereniging, of moet juist iemand van buiten het bestaande netwerk worden aangewezen?





















































