IND betaalt miljoenen, COA wil deel terug van asielzoekers

De Raad van State buigt zich over een principiële vraag die asielopvang en financiële vergoedingen raakt: mogen asielzoekers die een dwangsom ontvangen van de IND wegens te lange wachttijden, worden verplicht om een deel daarvan af te staan als eigen bijdrage voor hun verblijf in een azc?
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vindt van wel. Maar tientallen asielzoekers zijn het daar niet mee eens en vechten de heffing aan. Vrijdag behandelde de Raad van State vier zaken als ‘pilot’ om duidelijkheid te scheppen voor alle partijen. De dwangsommen, soms duizenden euro’s per persoon, worden toegekend als de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te lang doet over een asielbesluit. Alleen al in 2024 betaalde de IND ruim 36,8 miljoen euro aan dwangsommen, en dat bedrag blijft oplopen door structurele achterstanden.
Het COA vraagt een eigen bijdrage zodra asielzoekers met deze bedragen boven de vermogensgrens uitkomen: 7.770 euro voor alleenstaanden, 15.540 euro voor gezinnen. Sinds 2020 gebeurde dit zo’n 700 keer. Volgens het COA is verblijf in een opvanglocatie een recht, geen plicht. Wie kiest voor verblijf in een azc, kan geacht worden te betalen wanneer hij of zij over voldoende middelen beschikt. "Iemand kan ook zelf voor onderdak zorgen, bijvoorbeeld bij vrienden", aldus de advocaat van het COA.
Asielzoekers en hun advocaten zijn het hier fundamenteel mee oneens. Zij beschouwen de dwangsom als smartengeld – compensatie voor maanden of jaren van onzekerheid, angst en gebrekkige leefomstandigheden. Een Iraans gezin wees erop dat hun minderjarige dochter vijf keer van opvanglocatie wisselde en zelfs slachtoffer werd van aanranding. "Moet je in zo’n geval ook nog betalen voor het ‘onderdak’ dat je is aangedaan?" vroeg de advocaat retorisch.
Een andere asielzoeker, die met zijn dwangsom een opleiding volgde om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, noemt het COA-beleid onrechtvaardig. Zijn verblijf in het opvangcentrum in Amsterdam noemde hij ‘vreselijk’.
Daarbij komt volgens advocaten dat de rekenmethode van het COA ondoorzichtig is. Het ene moment moet iemand duizenden euro’s afstaan, terwijl bij een ander nauwelijks iets wordt geïnd, zonder duidelijke uitleg. De Raad van State komt later dit jaar met een uitspraak.