Politici schuiven hun overstap naar nieuw pensioenstelsel opnieuw vooruit

De overstap naar het nieuwe pensioenstelsel schuift steeds verder op, maar één groep blijft opnieuw buiten schot: politici zelf. Terwijl miljoenen werknemers uiterlijk in 2028 moeten overstappen naar het nieuwe stelsel, ligt het APPA-wetsvoorstel – dat de pensioenen van Kamerleden, wethouders, ministers en gedeputeerden moet invaren – al jaren stil. Hierdoor blijft de politieke top voorlopig nog in het oude, vaste stelsel zitten.
Die situatie wringt steeds meer, zeker nu de Eerste Kamer opnieuw debatteerde over uitstel van de nationale pensioentransitie. Het debat werd gedomineerd door waarschuwingen over risico’s voor deelnemers, gebrek aan zeggenschap en zware kritiek op de uitvoerbaarheid van de Wet toekomst pensioenen (Wtp).
Minister: APPA-wet “nog in voorbereiding”
Minister Paul bevestigde tijdens het debat dat het APPA-wetsvoorstel nog altijd niet klaar is. Het wetsvoorstel moet politieke pensioenen net als alle andere regelingen onderbrengen in het nieuwe stelsel. Maar de behandeling loopt inmiddels bijna twee jaar achter op schema.
De vertraging zorgt voor veel irritatie in de Kamer. De technische pensioenstelsels voor miljoenen burgers worden in hoog tempo omgezet, terwijl de politieke ambtsdragers diezelfde verplichting nog niet hoeven na te komen. De minister kon niet aangeven wanneer het voorstel precies naar de Kamer komt. “Het wetsvoorstel is nog in ambtelijke voorbereiding,” zei zij. Pas “begin komend jaar” zou het in consultatie gaan.
Beukering: “Dit kan een nieuwe toeslagenaffaire worden”
De scherpste kritiek kwam van senator Beukering. Hij stemde in 2023 tegen de Wtp en ziet de risico’s nu alleen maar toenemen. Hij waarschuwde: “Ik vrees voor een nieuwe toeslagenaffaire.”
Volgens Beukering worden miljoenen Nederlanders straks ingevaren zonder individueel bezwaarrecht. Dat vindt hij onacceptabel. “De deelnemers is nu de gang naar de rechter ontzegd,” zei hij. Bovendien ziet hij grote risico’s voor koopkracht, solidariteit en uitvoerbaarheid. Zeker nu de pensioenfondsen waarschuwen voor piekbelasting en complexe IT-trajecten.
Toch steunt hij het extra jaar uitstel, niet omdat hij vertrouwen heeft in de Wtp, maar omdat volgens hem haastwerk gevaarlijker is. “Het pensioen van miljoenen mensen verdient absoluut geen haastwerk.”
Fondsen lopen achter, risico’s lopen op
Uit de voortgangsrapportages van toezichthouders DNB en AFM blijkt dat pensioenuitvoerders moeite hebben met planning, IT-systemen en opschoning van data. Veel fondsen schuiven hun invaardatum verder vooruit.
Ook de kosten stijgen snel. De sector verwacht ruim 1 miljard euro aan transitiekosten, exclusief groot onderhoud aan systemen. Tegelijk kunnen fouten in de uitvoering leiden tot forse verliezen of juridische claims.
Daarnaast waarschuwde de regeringscommissaris dat 1,6 miljoen werknemers een forse fiscale aanslag riskeren als werkgevers te laat overstappen naar het nieuwe stelsel.
Politieke pensioenen blijven buiten beeld
Juist in deze context valt op dat de politiek haar eigen transitie rustig voor zich uitschuift. APPA-pensioenen – voor ministers, Kamerleden, burgemeesters, gedeputeerden en wethouders – vormen het enige grote stelsel dat nog niet is aangepast aan de Wtp.
De Eerste Kamer vroeg de minister waarom dat proces zo traag verloopt. Paul zei dat de afstemming “veel tijd kost” omdat provincies, gemeenten, waterschappen en het ABP allemaal betrokken zijn. Concrete problemen noemde ze niet.
Voorstanders van gelijke behandeling vinden dat lastig uit te leggen. De politiek eist van burgers en werkgevers volledige medewerking, maar brengt zijn eigen pensioenstelsel nog altijd niet onder dezelfde regels.
Twijfels over rendement en bestuur
Naast zorgen over rechtsbescherming was er ook brede kritiek op het rendement van pensioenfondsen. Senator Van Rooijen wees op forse verliezen in de afgelopen jaren. Pensioenfondsen haalden volgens hem gemiddeld 1 procent rendement, terwijl een eenvoudige beleggersportefeuille op 7 à 8 procent had kunnen uitkomen. Minister Paul erkende dat verschil: “0 is slechter dan 8. Dat klopt.”
Toch wil de minister vasthouden aan de invoering van het nieuwe stelsel. Zij noemde de Wtp “essentieel” om het stelsel toekomstbestendig te houden.
Vertrouwen op de proef
De rode draad in het debat was een groeiend wantrouwen. Veel partijen vrezen dat deelnemers te weinig informatie krijgen, dat fondsen te laat communiceren of te optimistisch rekenen, en dat fouten pas achteraf zichtbaar worden. De rechtsbescherming wordt door vrijwel alle oppositiepartijen onvoldoende gevonden.
De minister vindt dat de waarborgen afdoende zijn, maar kreeg meerdere moties over zich heen die om betere bescherming, meer transparantie of zelfs een referendum over invaren vroegen.
Politici krijgen opnieuw meer tijd voor hun eigen pensioenstelsel, terwijl miljoenen Nederlanders in hoog tempo moeten overstappen zonder individueel bezwaarrecht. Dat verschil knaagt aan de geloofwaardigheid van de wet en vergroot de zorgen over het nieuwe stelsel. De waarschuwing van Beukering klinkt daardoor breder dan alleen zijn eigen fractie: het pensioen van miljoenen mensen mag geen bestuurlijke gok worden.




















































