Somalische verdachte voor rechter na brute aanval op vrouw in Westerpark

Een man met een Somalische achtergrond wordt door het Openbaar Ministerie verdacht van een bijna fatale aanval op een jonge vrouw in Amsterdam. De verdachte, Mohammed H., woonde als kind in Somalië en kwam op zijn zevende naar Nederland. In mei 2024 zou hij in het Westerpark een toen twintigjarige vrouw bijna hebben verkracht en vermoord. Het OM eiste gisteren vijf jaar cel en tbs met dwangverpleging, meldt AT5.
Volgens justitie was het geweld extreem en doelgericht. De officier van justitie stelde dat het slachtoffer alleen door uitzonderlijke omstandigheden heeft overleefd. ‘Het is enkel aan de ongelooflijke vechtlust van de aangever, de adrenaline die kennelijk bij haar loskwam en het ingrijpen van de politie te danken dat zij nog leeft’, zei hij. Daarbij benadrukte hij dat ‘al het handelen van de verdachte was gericht op de dood en er was een aanmerkelijke kans op dat gevolg’. Over twee weken volgt de uitspraak van de rechter.
Het slachtoffer liep na een cafébezoek ’s nachts over de Spaarndammerstraat. Ze merkte dat ze werd gevolgd. Kort daarna greep de man haar bij de nek en sleurde haar mee richting het Westerpark. Daar werd zij mishandeld en gewurgd. Volgens het OM kneep hij haar keel dicht en bleef hij geweld gebruiken.
Angst, geschreeuw en ingrijpen
Tegenover de politie verklaarde de vrouw dat ze nauwelijks kon ademhalen. Toch probeerde ze te schreeuwen en terug te vechten. De verdachte zou volgens haar meerdere keren hebben gezegd dat hij haar zou vermoorden. De officier van justitie vatte het samen met de woorden: ‘Aangeefster heeft de ergste nachtmerrie meegemaakt’.
Twee buurtbewoners hoorden het gegil. Eén van hen belde direct 112. Zij verklaarde dat het klonk alsof het slachtoffer voor haar leven vocht. Na het telefoontje bleef het volgens haar minutenlang stil. De politie kwam uiteindelijk ter plaatse en betrapte de verdachte op heterdaad.
De rol van omwonenden kwam uitgebreid aan bod. Chris Sent, advocaat van het slachtoffer, zei: ‘Zij is de getuigen heel erg dankbaar’. Tegelijk wees hij op mensen die wel langsreden maar niet ingrepen. ‘Zij heeft fietsers daar voorbij zien komen, die stopten. Toen heeft ze ook gegild. Maar die zijn doorgereden’. Pas later belden anderen de hulpdiensten.
Zwijgen van de verdachte
De zaak was tot nu toe niet in het nieuws. Tijdens de zitting viel vooral het zwijgen van de verdachte op. Mohammed H. zei, op zijn geboortedatum na, niets. Vragen beantwoordde hij soms alleen met een lichte knik of hoofdschudden. Dat was volgens Sent zwaar voor het slachtoffer. ‘Hij zegt niet eens, ik beroep me op mijn zwijgrecht. Hij zit er kennelijk met gesloten ogen. Met een hoodie op’.
De rechters en officieren van justitie probeerden hem meerdere keren aan het praten te krijgen, zonder resultaat. Ook bij de reclassering en in het Pieter Baan Centrum werkte hij nauwelijks mee. Die nacht had hij alcohol en drugs gebruikt. Zijn advocaat zei dat dit een rol speelde. Tegelijk verklaarde hij eerder bij de politie dat hij nooit zedenmisdrijven zou willen plegen. De verdachte heeft een strafblad van acht kantjes, voornamelijk vanwege diefstal, en gebruikte ook in detentie cannabis.















































