Kabinet fluit politie terug na deelname aan pro-Palestijnse halalbeurs

Het kabinet heeft de politie teruggefloten na haar zichtbare aanwezigheid op het Halal Village Festival, een beurs met een religieus en politiek beladen karakter. Dat blijkt uit antwoorden van minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid op Kamervragen. De deelname leidde tot commotie, omdat de politie in uniform werd gepresenteerd als ‘partner’ van het evenement, te midden van pro-Palestijnse symboliek en in de directe nabijheid van een omstreden hulporganisatie.
Volgens de minister is de situatie ongewenst geweest en heeft de politie inmiddels lessen getrokken. De neutraliteit van het korps staat volgens het kabinet voorop en mag niet ter discussie komen te staan.
Politie als ‘partner’ gepresenteerd
De kwestie ontstond nadat op sociale media een banner verscheen waarop de politie werd aangekondigd als officieel partner van het Halal Village Festival. De afbeelding was vormgegeven met watermeloenen en de kleuren van de Palestijnse vlag, symbolen die internationaal worden gebruikt bij pro-Gaza- en anti-Israëlprotesten.
De minister bevestigt dat de politie niet vooraf op de hoogte was van deze uiting. Ook was er geen toestemming gegeven voor het gebruik van politiefoto’s of -beeldmerken. Na een verzoek van de politie is de uiting door de organisatie verwijderd.
Volgens Van Oosten heeft de politie duidelijk gemaakt dat een dergelijk ‘partnership’ onwenselijk is. De organisatie heeft de politie ten onrechte in een politieke context geplaatst.
Toeval bij plaatsing naast Islamic Relief
Op het festival had de politie een wervingsstand. Die stond direct naast een stand van Islamic Relief Nederland. Volgens de minister was die plaatsing toeval en niet vooraf afgestemd met de politie.
De aanwezigheid van Islamic Relief zorgde voor extra politieke gevoeligheid. In Duitsland is Islamic Relief Deutschland door de regering in verband gebracht met netwerken rond de Moslimbroederschap. In de Verenigde Arabische Emiraten werd Islamic Relief Worldwide eerder op een terreurlijst geplaatst, al betwist de organisatie dat zelf.
De minister benadrukt dat Islamic Relief Nederland een aparte rechtspersoon is met een ANBI-status en daarmee erkend en controleerbaar is door de Belastingdienst. Tegelijk erkent hij dat eerdere kabinetten, onder wie toenmalig minister Kaag, in 2021 besloten geen subsidie meer te verstrekken aan Islamic Relief na overleg met veiligheidsdiensten.
Neutraliteit politie onder druk
In de beantwoording erkent de minister dat de manier waarop de politie in beeld werd gebracht, de schijn van partijdigheid heeft gewekt. Dat is in strijd met de beroeps- en gedragscode van de politie, waarin lifestyle-neutraliteit centraal staat.
De politie heeft aangekondigd haar deelname aan het evenement te evalueren. Daarbij wordt specifiek gekeken naar de vraag of de neutraliteit voldoende is gewaarborgd. Ook werkt het korps aan scherpere richtlijnen voor deelname aan publieke evenementen en aan betere afspraken vooraf met organisatoren.
Van Oosten zegt de korpschef te hebben gevraagd te beoordelen of de huidige interne afwegingskaders voldoende houvast bieden om herhaling te voorkomen.
Werving blijft mogelijk, maar met duidelijke grenzen
Het kabinet blijft van mening dat de politie nieuwe medewerkers moet kunnen werven binnen alle lagen van de samenleving. Deelname aan beurzen kan daaraan bijdragen. Wel stelt de minister dat dit altijd moet gebeuren op een manier die geen afbreuk doet aan het seculiere en neutrale karakter van de politie.
Het werven op een beurs met religieus oogmerk wordt door het kabinet niet per definitie afgewezen. Volgens de minister is er een verschil tussen doelgroepwerving en werving op religieuze gronden. Dat onderscheid moet volgens hem helder blijven.
Kritiek op omgang met journalist
Tijdens het festival werd een journalist die kritische vragen stelde over de neutraliteit van de politie, aangesproken door organisatoren en beveiliging en verzocht het terrein te verlaten. De minister noemt dit een verantwoordelijkheid van de organisatie zelf en zegt dat de politie daar geen rol in had.
Wel erkent hij impliciet dat de aanwezigheid van de politie op dergelijke evenementen het risico met zich meebrengt dat zij betrokken raakt bij situaties waarin persvrijheid onder druk komt te staan.
De minister doet geen toezegging dat de politie nooit meer aan dit specifieke festival zal deelnemen. Die beslissing ligt volgens hem bij de politie zelf. Wel stelt hij dat deelname alleen verantwoord is als de neutraliteit van het korps volledig kan worden gegarandeerd.























































