De rechtbank Den Haag oordeelde dat Nederland tekort is geschoten in de bescherming van inwoners van Bonaire tegen de gevolgen van klimaatverandering. Volgens de rechter behandelt de staat Bonairianen bovendien ongelijk ten opzichte van inwoners van Europees Nederland. De uitspraak verplicht de overheid tot extra maatregelen en zet het klimaatbeleid onder juridische druk.
Strenger beleid afgedwongen
Het vonnis betekent dat Nederland uiterlijk in 2030 met een concreet plan moet komen om Bonaire te beschermen tegen onder meer zeespiegelstijging, koraalsterfte en extreme weersomstandigheden. Ook moet de uitstoot van broeikasgassen verder worden teruggedrongen.
De rechtbank stelde vast dat het bestaande klimaatbeleid onvoldoende houvast biedt. Het doel om in 2030 55 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990 was tot nu toe een streefdoel. De staat krijgt nu 18 maanden om bindende tussendoelen vast te leggen, in lijn met internationale afspraken zoals het Klimaatakkoord van Parijs.
Demissionair minister Hermans van Klimaat en Groene Groei reageerde voorzichtig. Zij zei: ‘De rechter heeft vandaag een stevige uitspraak gedaan die van belang is voor de inwoners van Bonaire en van Europees Nederland.’ Greenpeace sprak juist van een doorbraak. Directeur Marieke Vellekoop verklaarde: ‘Mensen op Bonaire krijgen eindelijk de erkenning dat de overheid hen discrimineert en hen moet beschermen tegen extreme hitte en de stijgende zeespiegel.’
Tegelijk klonk er scherpe kritiek. Roelof Bouwman, adjunct-hoofdredacteur bij Wynia's Week, schreef: ‘De staat heeft onvoldoende gedaan tegen de woningnood, het lerarentekort, de asieloverlast, de netcongestie, de energiearmoede of de criminaliteit? Nee, de staat heeft onvoldoende gedaan tegen klimaatverandering op Bonaire.’ FVD-fractievoorzitter Lidewij de Vos waarschuwde voor ‘juridische woeker die de democratie lam legt’.
Markuszower legt vinger op de zere plek
Tegen de achtergrond van de recente klimaatuitspraken stelde Markuszower zijn vragen tijdens het debat over het coalitieakkoord. Hij wees erop dat in dat akkoord grote bedragen zijn gereserveerd voor klimaat- en stikstofbeleid. Tegelijk gaf hij aan dat zijn fractie voorstellen altijd inhoudelijk zal beoordelen. ‘We zullen de voorstellen op zijn merites beoordelen als ze naar de Kamer komen’, zei hij.
Markuszower richtte zich daarbij rechtstreeks tot VVD-fractievoorzitter Dilan Yeşilgöz. Hij koppelde de uitgaven in het coalitieakkoord aan rechterlijke uitspraken. Volgens hem gaat het akkoord uit van ‘8 miljard per jaar naar een soort windmolenfonds, subsidies, en 20 miljard in een stikstoffonds’. Die miljarden zijn volgens hem ‘allemaal gebaseerd op rechterlijke uitspraken’.
Daarmee kwam hij tot zijn kernpunt. ‘Nou blijkt dat een rechter, of de rechter die steeds de staat veroordeelt in alle stikstof- en klimaatzaken, in zijn vrije tijd klimaatactivist is’. Volgens hem roept dat fundamentele vragen op over de verhouding tussen rechtspraak en beleid.
Hij vroeg hoe de Kamer en het nieuwe kabinet kunnen zorgen voor ‘onafhankelijke, echte onafhankelijke rechtspraak’. Daarbij benadrukte hij het belang van duidelijke grenzen. ‘Dat wat krom is, krom blijft, en wat recht is, recht moet zijn’, zei hij. Markuszower vroeg zich ook af of het niet nodig is ‘om een keer uit te zoeken of de rechtspraak in Nederland altijd wel recht is, of dat het ook wel eens kan zijn dat iets krom is’.
Yeşilgöz verdedigt rechtspraak
Yeşilgöz wees de kritiek van de hand en nam het op voor de rechterlijke macht. Zij benadrukte dat rechters geen beleid maken, maar bestaande wetten toepassen. ‘Wat rechters doen, is toetsen aan de wet en de afspraken die wij zelf hebben gemaakt’, zei zij. Volgens haar is dat de kern van de rechtsstaat. ‘Ik vertrouw rechters daarop, want dat is hoe een rechtsstaat ook werkt’.
Zij ging ook in op de suggestie dat rechters door persoonlijke overtuigingen worden beïnvloed. ‘Een rechter staat vrij om een privéleven, een mening te hebben’, aldus Yeşilgöz. Volgens haar betekent dat niet dat rechters hun werk niet professioneel en onafhankelijk kunnen uitvoeren. Ze waarschuwde dat twijfel zaaien over de intenties van rechters ‘afbraak doet aan hoe wij de rechtsstaat met elkaar hebben ingericht’.