Directeur Milieudefensie gaat werken voor Tata Steel

Algemeen directeur Donald Pols vertrekt bij Milieudefensie en gaat per juni aan de slag bij Tata Steel. De milieuorganisatie reageert scherp op zijn keuze en heeft hem per direct uit zijn functie gezet. Volgens Milieudefensie is de overstap niet te verenigen met zijn werk als directeur. Pols wordt bij Tata Steel directeur duurzaamheid. De staalproducent in IJmuiden geldt als een van de grootste industriële uitstoters in Nederland. Juist dat maakt de overstap voor Milieudefensie moeilijk te accepteren.
De raad van toezicht van Milieudefensie spreekt van teleurstelling. Voorzitter Marty Smits zegt dat de organisatie verrast is door het besluit van Pols. “We zijn verrast door het vertrek van Donald Pols en zeer teleurgesteld in zijn keuze om naar Tata Steel te gaan.”
Volgens Smits kan de combinatie van zijn huidige rol en zijn nieuwe functie niet samengaan. “Wij nemen daarom per direct afscheid van hem als algemeen directeur.” Milieudefensie zal op korte termijn een interim-directeur aanstellen. De organisatie wijst erop dat Tata Steel juist een bedrijf is waartegen zij campagne voert. “Het is een bedrijf op wiens vervuiling Milieudefensie zich richt.” Dat maakt de overstap volgens hen extra gevoelig.
Pols zelf verdedigt zijn keuze. Hij stelt dat hij bij Tata Steel een nieuwe rol kan spelen in de verduurzaming van de industrie. “Bij Tata Steel heb ik de kans om te laten zien dat industriële verduurzaming niet alleen afdwingbaar is, maar ook van binnenuit kan worden aangedreven.”
Ook Tata Steel reageert op zijn komst. Het bedrijf geeft aan dat eerdere kritiek van Pols heeft bijgedragen aan hun plannen. Volgens het bedrijf heeft die kritiek “geholpen om ambities aan te scherpen en plannen te versterken”.
Pols was sinds 2015 directeur van Milieudefensie. In die periode groeide de organisatie uit tot een invloedrijke speler in het klimaatdebat. Onder zijn leiding werd onder meer de rechtszaak tegen Shell gewonnen. Die uitspraak verplichtte het oliebedrijf om de uitstoot in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van 2019. In 2024 werd dat vonnis in hoger beroep teruggedraaid. Toch bleef de zaak een belangrijk moment voor de milieubeweging.



















































