In totaal reden 367 tractoren in vijf colonnes naar Madrid. Ongeveer 2.500 demonstranten sloten zich aan. De stoet trok van Plaza Colón naar het ministerie van Landbouw. Het verkeer liep vast en het centrum veranderde urenlang in een zee van vlaggen en landbouwvoertuigen.
Op spandoeken stonden teksten als “Nee tegen onze ondergang” en “Het Spaanse platteland is niet te koop”. Daarmee maakten de boeren duidelijk hoe groot de onvrede is binnen de sector. Het handelsakkoord met Mercosur werd vorige maand ondertekend na jarenlange onderhandelingen. Het verdrag moet de handel tussen de EU en landen als Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay vergemakkelijken.
Boeren vrezen vooral de gevolgen voor de vleesmarkt. Er zou jaarlijks tot 99.000 ton extra rundvlees uit Zuid-Amerika op de Europese markt kunnen komen. Dat vlees is vaak goedkoper geproduceerd dan Europees vlees. Spaanse boeren stellen dat zij moeten voldoen aan strenge regels voor milieu en dierenwelzijn. Daardoor liggen hun productiekosten hoger. Zij vrezen dat goedkope import hun concurrentiepositie ondermijnt.
Miguel Ángel Aguilera, voorzitter van landbouworganisatie Unaspi, waarschuwde dat de gevolgen verder reiken dan de boeren zelf. Volgens hem kunnen consumenten te maken krijgen met producten van lagere kwaliteit. Ook waarschuwde hij voor verlies van voedselsoevereiniteit. Met dat laatste bedoelen de boeren dat Europa minder zelfvoorzienend wordt in voedselproductie. Zij vrezen dat afhankelijkheid van import toeneemt, terwijl binnenlandse bedrijven onder druk komen te staan.