Staatssecretaris onderzoekt acceptatie stroomuitval: 'Oma straks geen verwarming'

CDA-staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei wil in kaart brengen hoeveel stroomstoringen kunnen ontstaan door de energietransitie. Die transitie zorgt voor meer elektrificering en legt extra druk op het stroomnet. Het kabinet zet hier sterk op in vanwege het klimaatbeleid. Tegelijk wil De Bat onderzoeken hoe vaak storingen kunnen voorkomen en vooral hoe lang mensen bereid zijn zonder stroom te zitten.
De druk op het net neemt toe door deze ontwikkeling. Daarom wordt gekeken wat er gebeurt als netbeheerder TenneT het netwerk zwaarder belast. In dat kader stelt presentator Sven Kockelmann de vraag: ‘Ja, en als we dan dat net zwaarder gaan belasten. Stel dat TenneT zegt: ‘Nou oké, laten we de gok maar wagen.’ Of in ieder geval: ‘Het is wat ons betreft verantwoord.’ En er komt een storing, waar moeten we dan aan denken?’
De mogelijke gevolgen van zulke storingen worden breed onderzocht. Het kan impact hebben op situaties thuis, op het werk en in het verkeer. Ook belangrijke locaties zoals het spoor en Schiphol worden hierdoor geraakt. De overheid probeert zo duidelijk te krijgen wat stroomuitval concreet betekent voor het dagelijks leven.
Staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei zoekt naar de grens voor wat acceptabel is wat betreft de tijd dat mensen eventueel zonder stroom zouden komen te zitten in de toekomst. "Als dat een uur is, zou je zeggen: dat kunnen mensen best hebben, maar zijn ook… pic.twitter.com/9XBgg9pHmq
— Sven op 1 (@Sven_op_1) April 9, 2026
Rekenmodellen en risico’s
Binnen deze aanpak wordt stroomuitval gezien als een vorm van storing. De Bat zegt daarover: ‘We noemen dus de uitval, het niet beschikbaar hebben van stroom, een storing.’ Deze definitie wordt gebruikt in berekeningen van TenneT en regionale netbeheerders.
In die modellen wordt gekeken naar piekmomenten. Dat zijn dagen waarop de opwekking van stroom extra hoog is, vaak door specifieke weersomstandigheden die een grote invloed hebben op de opwekking van wind- en zonneenergie. De Bat legt uit dat deze situaties worden doorgerekend om risico’s beter te begrijpen. Zo ontstaat een beeld van mogelijke problemen in de toekomst.
Een belangrijk scenario is dat delen van het land tijdelijk zonder stroom komen te zitten. De Bat schetst dat als volgt: ‘Stel nu dat je met een net zwaar belast ooit in 2030 een moment zou kunnen hebben waardoor je een uur in een bepaald gebied geen stroom hebt.’
Acceptatie van stroomuitval
De centrale vraag is of zulke situaties acceptabel zijn. De overheid wil weten of burgers zich kunnen voorbereiden op tijdelijke uitval. Daarbij speelt de duur van de storing een grote rol, aldus De Bat. ‘Dat je in een bepaald gebied dan een uur lang geen stroom zou hebben, is dat acceptabel? Kun je mensen daarop voorbereiden?’
Voor veel mensen lijkt een korte onderbreking nog te overzien, aldus De Bat. ‘Als het een uur is, kun je zeggen: dat kunnen mensen best hebben. Dan kook je even een uur later of je huis zal niet direct afkoelen.’
Daarmee blijft voor het kabinet de vraag waar de grens ligt. De Bat maakt duidelijk dat dit nog onderzocht wordt: ‘Ergens zit er een grens waarin je het niet meer accepteert. Die grens moeten wij gaan zoeken.’
Kritiek op beleid
Er klinkt ook stevige kritiek op deze benadering. Bart Burggraaf van Vrij Verbond zet vraagtekens bij de manier waarop over stroomuitval wordt gesproken. ‘Partijen als TenneT, en eigenlijk iedereen die een beetje gezond verstand heeft, noemen uren zonder stroom geen 'verstoring' maar een CRISIS.’
Volgens hem is de discussie direct verbonden met het beleid rond energie. ‘En waarom hebben we dit gesprek? Omdat kabinet Jetten graag fossiele opwek wil uitschakelen, waarop TenneT waarschuwde dat dat betekent dat je 10-12 uur per jaar zonder stroom zit, terwijl de grens nu max 4 uur is.’
Burggraaf wijst ook op mogelijke gevolgen voor huishoudens. ‘De gevolgen van 'Groen Doen' zijn dus gewoon dat oma straks geen verwarming heeft, maar wanneer het er wel is, extra extra duur. Is er heel misschien een veel logischere optie?’




















































