Zorgkosten voor asielzoekers ruim verdubbeld in vijf jaar tijd

De medische kosten voor asielzoekers en statushouders op COA-locaties zijn in vijf jaar tijd ruim verdubbeld. In 2020 ging het nog om ongeveer 105 miljoen euro. In 2024 was dat opgelopen tot 268 miljoen euro. Dat blijkt uit cijfers die De Telegraaf heeft opgevraagd bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Het gaat om kosten voor huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, tandartszorg, geestelijke gezondheidszorg en tolken. De stijging komt volgens het COA vooral doordat er veel meer mensen op opvanglocaties wonen. In 2020 ging het om ongeveer 27.000 asielzoekers en statushouders. In 2024 waren dat er ruim 69.000.
Per persoon zijn de kosten daardoor ongeveer gelijk gebleven. Omgerekend gaat het om zo’n 3900 euro per jaar. Toch is dat volgens gezondheidseconoom Wim Groot een fors bedrag. Zeker omdat veel asielzoekers relatief jong zijn.
Hogere kosten dan bij Nederlanders
Volgens Groot, hoogleraar Gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht, liggen de zorgkosten voor asielzoekers gemiddeld hoger dan voor Nederlanders in dezelfde leeftijdsgroep. Hij schat dat Nederlanders van vergelijkbare leeftijd jaarlijks ongeveer 3000 euro aan zorg kosten, meldt De Telegraaf.
Dat verschil kan volgens hem deels worden verklaard door de achtergrond van veel asielzoekers. Zij hebben soms fysiek en mentaal veel meegemaakt. Ook kan er sprake zijn van zorg die jarenlang niet of slecht is geleverd. “Asielzoekers hebben waarschijnlijk wel een inhaalslag te maken”, zegt Groot. “Daardoor kunnen ziektes mogelijk zijn verergerd.”
Veel mensen komen uit landen waar de zorg minder goed toegankelijk is. Soms was behandeling helemaal niet beschikbaar. In andere gevallen was de kwaliteit van de zorg te laag. Daardoor komen medische problemen pas in Nederland goed in beeld.
COA geeft geen uitsplitsing
Opvallend is dat het COA niet wil zeggen hoeveel geld precies naar de verschillende zorgposten gaat. De organisatie wil dus niet uitsplitsen welk bedrag naar huisartsen, ziekenhuizen, tandartsen, ggz of tolken gaat. Volgens het COA kan dat niet “in verband met de AVG en concurrentie”.
Groot vindt die uitleg niet overtuigend. Volgens hem moet dit soort informatie in principe openbaar kunnen zijn. “Tarieven van individuele zorgpartijen zijn concurrentiegevoelig. Maar het gaat om cijfers over hele sectoren.”
Ook de privacywet is volgens hem geen sterke reden om de cijfers achter te houden. Het gaat immers niet om individuele patiënten. “Het COA houdt de cijfers waarschijnlijk achter uit angst voor heisa over de bedragen.”
Daarmee raakt de kwestie aan een bredere discussie over transparantie. De zorgkosten worden betaald met publiek geld. Tegelijk blijft onduidelijk hoe die honderden miljoenen precies worden verdeeld.
Zorg zonder gewone verzekering
Asielzoekers zijn in Nederland na acht weken automatisch verzekerd voor de meeste zorg waarvoor Nederlanders ook verzekerd zijn. Zij hoeven daarvoor geen gewone zorgverzekering af te sluiten. De reden is dat zij meestal geen inkomen hebben en dus geen premie kunnen betalen.
Ook statushouders die nog op een COA-locatie wonen, vallen onder deze regeling. De zorg wordt betaald door het COA, vooral via de Regeling Medische Zorg Asielzoekers.
Alleen asielzoekers die werken, betalen een eigen bijdrage voor hun opvang. Daaronder valt ook zorg. Volgens Groot draagt iemand met een maandsalaris van ongeveer 2000 euro maandelijks 500 euro bij. Dat bedrag is bedoeld voor onder meer huisvesting, maaltijden, kleding en zorg.
Volgens Groot is het de vraag of die bijdrage nog passend is. “Je zou je kunnen afvragen of dat niet wat weinig is. Ik denk dat de meeste mensen meer geld kwijt zijn aan hun vaste lasten met zo’n salaris.”
Drukte bij de huisarts in Budel
In het azc in Budel is huisarts Bart al ruim tien jaar actief voor Gezondheidszorg Asielzoekers. Uit veiligheidsoverwegingen wil hij niet met zijn echte naam in de krant. Volgens hem is het in de ochtend bijna altijd druk.
“Eigenlijk is het hier ’s ochtends altijd druk”, zegt hij in de wachtkamer. Asielzoekers kunnen elke ochtend tussen negen en tien uur langskomen. Een assistent spreekt hen eerst. Daarna wordt bekeken of een huisarts nodig is of dat een verpleegkundige kan helpen.
“Dan komen ze één voor één aan de beurt”, zegt Bart. Vaak wordt dezelfde dag nog een afspraak ingepland. Als er taalproblemen zijn, kan een tolk worden gebeld. “Zijn er taalproblemen, dan kunnen we als dat nodig is ook een tolk bellen.”
Volgens Bart weten veel asielzoekers dat Nederland goede zorg biedt. Zeker vergeleken met sommige Zuid-Europese landen. “Wij vinden het hier belangrijk de mensenrechten te respecteren”, zegt hij. “En daar staan we als land ook internationaal om bekend.” Volgens hem is dat iets om trots op te zijn.
Ggz blijft probleem
Toch ziet de huisarts ook een groot knelpunt. De geestelijke gezondheidszorg voor asielzoekers loopt volgens hem niet goed. Sommige bewoners hebben zware psychische klachten. Zij horen stemmen, hebben nachtmerries of kampen met trauma’s.
Het probleem is dat zij vaak worden verplaatst. Daardoor komen ze steeds in een nieuwe regio terecht. Daar belanden ze opnieuw onderaan de wachtlijst.
“Ze horen stemmen of krijgen nachtmerries en hebben mentale hulp nodig. Maar omdat ze steeds verhuizen, komen ze iedere keer in een nieuwe regio onderaan de wachtlijst. En daardoor verergert hun problematiek alleen maar.”
Daarmee ontstaat een ingewikkelde situatie. Juist mensen met veel psychische problemen hebben stabiele hulp nodig. Maar door het opvangsysteem en de vele verhuizingen wordt die hulp vaak vertraagd.
Naar Nederland voor medische hulp
Een van de bewoners van het azc in Budel is de 32-jarige Timbila uit Burkina Faso. Hij kwam naar Nederland mede omdat hij medische hulp nodig had. In 2023 vielen jihadisten zijn dorp binnen, vertelt hij. Mannen werden onder druk gezet om zich aan te sluiten.
“We moesten ons bij hen aansluiten, anders zouden ze ons vermoorden”, zegt hij. Timbila weigerde. Daarbij liep hij een steekwond in zijn buik op. Hij wist te vluchten en kwam via Libië en Italië uiteindelijk in Nederland terecht.
In Italië hoopte hij dat een arts naar zijn wond zou kijken. Die was tijdens de reis dichtgegroeid, maar bleef pijn doen. Volgens Timbila kreeg hij daar geen behandeling. “Ze zeiden steeds dat er geen dokter beschikbaar was.”
Na een jaar wachten besloot hij naar Nederland te komen. Hij had gehoord dat de zorg hier goed was. Zes weken geleden kwam hij aan. Zoals alle asielzoekers kreeg hij bij binnenkomst een medische intake. “Daar was ik heel blij mee”, zegt hij.
Operatie volgt later
Bij de intake bleek dat Timbila een buikhernia heeft overgehouden aan de steekwond. Het mes is door verschillende lagen van zijn buikwand gegaan. Omdat de wond niet goed is gedicht, ontstond een breuk.
Voor Timbila was het vooral een opluchting dat duidelijk werd wat er aan de hand was. “Toen pas wist ik dat het niets ernstigs was.”
Hij kan pas worden geopereerd als hij acht weken in Nederland is. Tot die tijd heeft hij alleen recht op de meest noodzakelijke medische zorg. Voorlopig gebruikt hij pijnstillers. Toch zegt hij dankbaar te zijn voor de hulp die hij krijgt. Zijn hoop is dat hij in Nederland mag blijven. “Dan kan ik iets terug doen.”



















































