Koeien van Drentse boerin moeten verplicht binnen poepen: ‘De regels zijn zo streng’

De koeien van boerin Agnes Lensink uit Gasselternijveen moeten deze zomer verplicht binnen poepen. Dat klinkt als een grap, maar het is beleid. De reden: stikstof. De Drentse boerin legde op Facebook uit wat de gevolgen zijn. Haar bericht ging daarna viraal, meldt Reformatorisch Dagblad.
Lensink heeft samen met haar man Albert een melkveebedrijf. De koeien lopen normaal buiten in het gras. Maar door de regels moet een deel van de mest in de stal terechtkomen. Alleen dan kan worden aangetoond hoeveel mest de koeien produceren. De rekenmodellen van Den Haag willen cijfers zien. Dus moeten de dieren vaker naar binnen.
“De koeien op stal houden, alle mest die ze produceren opvangen en een pont dat gatengas is om straks af te voeren en de rekensom rond te maken”, schrijft Lensink over de situatie.
Rekenen vanaf papier
Volgens Lensink zit het probleem vooral in de manier waarop de overheid rekent. De boer moet aantonen hoeveel stikstof het bedrijf uitstoot. Dat gebeurt niet simpelweg op basis van de praktijk, maar via regels, modellen en aannames.
De boerin stelt dat de rekenmeesters van Den Haag een formule hebben. Die bepaalt hoeveel mest een boer op zijn land mag brengen. De rest moet worden opgeslagen en later worden afgevoerd. In haar geval betekent dat dat de koeien minder buiten kunnen lopen.
Op sociale media reageren veel mensen verbaasd. Koeien die verplicht binnen moeten poepen, voelt voor veel burgers absurd. Zeker omdat weidegang juist jarenlang werd gepresenteerd als wenselijk, gezond en natuurlijk.
Stal of wei?
Lensink draait het beeld om. Volgens haar is de moderne stal lang niet zo slecht als veel mensen denken. Ze schrijft dat koeien in de zomer soms juist beter af zijn binnen dan buiten.
“In een moderne stal zijn de koeien misschien wel beter af dan buiten”, zegt ze. In de stal is schaduw. Er is vers voer, rust en de dieren hoeven niet in de hitte op een droge weide te staan.
Dat is volgens haar een vergeten kant van het verhaal. Burgers hebben vaak een romantisch beeld van koeien in de wei. Maar op warme dagen zoeken dieren juist beschutting. De stal is dan geen straf, maar een plek met comfort.
Brusselse druk
De regels staan niet op zichzelf. Achter de mestregels speelt ook Brusselse druk. Nederland verloor de derogatie, de uitzondering waardoor Nederlandse boeren meer dierlijke mest mochten gebruiken dan boeren in andere EU-landen.
Die derogatie wordt stap voor stap afgebouwd. Daardoor mogen boeren minder mest op eigen land uitrijden. Het gevolg is dat mest moet worden afgevoerd, terwijl Nederland juist vruchtbare grond heeft waarop gras goed groeit.
Boeren zien dat als een vreemde ontwikkeling. Zij moeten mest afvoeren, kunstmest bijkopen of hun bedrijfsvoering aanpassen, terwijl de kringloop op het eigen bedrijf juist onder druk komt te staan.
‘Waarom moet het zo streng?’
Lensink stelt dat het ook anders kan. “Doordat de regels nu zo streng zijn, kunnen we bijna geen netvoer van opbouwende mest toepassen”, zegt ze in het Reformatorisch Dagblad. “De eerste keer maaien. Wij hebben ook kunnen bemesten, maar daarna moest de rem erop.”
Volgens haar gaat het vooral mis doordat de regels geen ruimte laten voor de praktijk. Gras groeit niet op beleidsnota’s. Koeien leven niet in rekenmodellen. En boeren moeten laveren tussen dierenwelzijn, voedselproductie, Europese regels en Haagse stikstofdoelen.


















































