Illegale fatbikes overspoelen Nederland, overheid grijpt slechts beperkt in

Illegale fatbikes met gashendel en opvoerinstructies zijn voor een paar honderd euro eenvoudig online te bestellen. Binnen zes dagen staan ze bij consumenten voor de deur. Vaak rechtstreeks uit China. Dat baart het kabinet zorgen, vooral vanwege de verkeersveiligheid. Maar uit antwoorden van minister Tieman van Infrastructuur en Waterstaat blijkt ook hoe beperkt de grip van de overheid in de praktijk is.
Volgens het kabinet vormen vooral buitenlandse webshops een groot probleem. Met Nederlandse platforms zoals Marktplaats en Bol zijn afspraken gemaakt over het weren van illegale fatbikes. Met platforms buiten de EU ligt dat anders. Daar ontbreekt vaak een aanspreekpunt en is handhaving juridisch ingewikkeld.
In 2024 kwamen meer dan één miljard producten via Nederland de Europese Unie binnen. Daar zitten ook elektrische voertuigen tussen die niet voldoen aan Europese regels. Controles op al die goederen zijn onmogelijk. De douane werkt met risicoselecties en steekproeven, maar moet keuzes maken.
Daar komt bij dat fatbikes juridisch in een grijs gebied zitten. Ze kunnen worden ingevoerd als elektrische fiets of als bromfiets. Bij invoer hoeft een voertuig nog niet volledig te voldoen aan de regels voor gebruik op de openbare weg. Aanpassingen kunnen later plaatsvinden. Dat maakt ingrijpen aan de grens lastig.
Geen onderscheppingen bij directe levering aan consumenten
Opvallend is dat de overheid geen zicht heeft op het aantal illegale fatbikes dat daadwerkelijk bij Nederlandse consumenten belandt. De douane kan niet aangeven hoeveel opgevoerde of te krachtige fatbikes zijn ingevoerd. Voor zover bekend zijn er het afgelopen jaar zelfs geen fatbikes onderschept die rechtstreeks vanuit het buitenland aan een Nederlandse consument zijn geleverd.
De verklaring is simpel. Zolang een product bij invoer voldoet aan de invoereisen, kan de douane het niet tegenhouden. Pas bij verkoop of gebruik kan blijken dat een fatbike niet is toegestaan op de weg. Dan ligt de verantwoordelijkheid bij toezichthouders zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Platforms halen advertenties weg, maar aanbod blijft terugkomen
De ILT en NVWA richten zich vooral op het online aanbod. Platforms zijn verplicht om illegale producten te verwijderen als ze daarop worden gewezen. Sinds februari 2024 geldt daarvoor de Digital Services Act. Grote platforms moeten meldingen van autoriteiten serieus behandelen en advertenties verwijderen.
Dat gebeurt ook. In het eerste kwartaal van 2025 haalde Marktplaats op verzoek van de ILT 1.150 advertenties offline waarin illegale fatbikes werden aangeboden. Voor andere platforms zijn geen cijfers beschikbaar. Hoeveel fatbikes daarmee daadwerkelijk van de markt zijn gehouden, is onbekend.
Toezichthouders zien bovendien een kat-en-muisspel. Na verwijdering verschijnt vaak snel een vrijwel identieke advertentie. Het aanbod verschuift ook steeds vaker naar sociale media zoals Snapchat en TikTok. Hoe groot die markt is, weet de overheid niet.
Europese druk op AliExpress
De Europese Commissie is inmiddels een onderzoek gestart naar AliExpress. Daarbij wordt gekeken naar de manier waarop het platform illegale producten detecteert en verwijdert. De Commissie heeft bindende toezeggingen afgedwongen. AliExpress moet beter controleren, transparanter zijn over handelaren en illegale goederen sneller aanpakken. Bij niet-naleving dreigen boetes tot zes procent van de wereldwijde omzet.
Ook Nederlandse bedrijven bieden soms illegale fatbikes aan. Dat is niet volledig te voorkomen, erkent de minister. Wel zegt hij dat het aanbod op grote Nederlandse platforms sterk is verminderd door overleg en handhaving. Met Marktplaats en Bol wordt structureel gesproken over productregels en toezicht.
Volgens het kabinet is bewustwording daarbij cruciaal. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij fabrikanten en verkopers, maar ook bij kopers en gebruikers. Consumenten moeten weten wat ze kopen en wat de risico’s zijn.
Helmplicht voor jongeren
De discussie over fatbikes loopt parallel aan plannen voor een helmplicht voor jongeren op e-bikes. Sommige Kamerleden zien dat als een teken van falend beleid. Minister Tieman wijst dat van de hand.
Hij verwijst naar een forse stijging van het aantal ongevallen met hersenletsel bij jongeren van 12 tot 18 jaar. Tussen 2020 en 2024 is dat aantal verzesvoudigd. Meer gebruik van e-bikes verklaart die stijging slechts deels. Daarom zet het ministerie in op een helmplicht voor jongeren, los van de fatbikeproblematiek.
Geen aparte regels voor fatbikes
Een specifieke helmplicht of aparte regels voor fatbikes ziet het kabinet niet zitten. Drie onafhankelijke onderzoeken zouden hebben aangetoond dat onderscheid maken tussen fatbikes en andere e-bikes niet uitvoerbaar is. Het ministerie noemt dat een “heilloze weg”.
De aanpak blijft volgens de minister bestaan uit drie pijlers: handhaving, marktoezicht en gedragsverandering. Campagnes zoals “‘t kan hard gaan” moeten jongeren en ouders waarschuwen voor de risico’s. Daarbij wordt expliciet gewezen op aansprakelijkheid en het risico om onverzekerd te zijn bij een ongeluk met een opgevoerde fiets.
Bewustwording als laatste verdedigingslinie
Naast campagnes op scholen onderzoekt het ministerie hoe gedragsmaatregelen kunnen worden aangescherpt. Samen met jongeren en veiligheidsorganisaties wordt gekeken waarom fatbikes worden opgevoerd en hoe dat gedrag kan worden beïnvloed. In het voorjaar van 2026 moeten daar nieuwe voorstellen uit voortkomen.
Tot die tijd blijft de realiteit dat illegale fatbikes eenvoudig te bestellen zijn, terwijl de overheid vooral achteraf kan ingrijpen. De zorgen zijn groot, maar de mogelijkheden om het probleem structureel te stoppen blijken beperkt.



















































