Advies aan nieuw kabinet: forse salarisverhoging voor politici

Het salaris van politici moet de komende jaren stevig omhoog. Dat adviseert het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (Arpa) in een recent rapport aan het nieuwe kabinet. Ministers zouden er in drie jaar tijd 15 procent bij moeten krijgen. Wethouders en raadsleden in grote gemeenten zelfs 18 procent. Het advies is zonder veel ruchtbaarheid gepubliceerd, meldt AD.
Volgens het college is het politieke ambt de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Bestuurlijke vraagstukken zijn complexer geworden. De druk vanuit de samenleving is toegenomen. Ook intimidatie en bedreigingen komen vaker voor. Toch is die ontwikkeling nauwelijks terug te zien in de salarissen van politici. Die zijn, vergeleken met andere functies in de publieke sector, achtergebleven.
Het college wijst op een opvallend verschil binnen ministeries. De secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar, verdient momenteel meer dan de minister die politiek eindverantwoordelijk is. Een secretaris-generaal ontvangt ongeveer 17.300 euro bruto per maand, terwijl een minister op zo’n 16.200 euro zit. Dat vindt Arpa onlogisch. In het rapport staat letterlijk dat “de beloning van de minister als politiek eindverantwoordelijke voor een ministerie als regel de hoogste dient te zijn”.
Forse verhoging voorgesteld
Onder leiding van Alexander Rinnooy Kan komt het college met een voorstel dat opvalt door de omvang. Ministers en staatssecretarissen zouden er samen 15 procent bij moeten krijgen. Kamerleden 12 procent. In grote gemeenten adviseert Arpa een loonstijging van 18 procent voor wethouders en raadsleden, verdeeld over drie jaar.
Voor kleinere gemeenten ligt het percentage lager. Daar zouden raadsleden er ongeveer 10 procent op vooruitgaan. Die groep kreeg de afgelopen jaren al extra compensatie vanwege de extra taken die gemeenten van het Rijk hebben gekregen.
Volgens Arpa zijn de verwachtingen van burgers richting bestuurders hoger dan ooit. Politici zijn zichtbaarder. Ze staan vaker onder druk. Dat vergroot de kans dat mensen voortijdig stoppen of het ambt helemaal mijden. “De huidige voorwaarden sluiten niet meer goed aan op de praktijk”, concludeert het college.
Gevoelig moment
Het advies komt op een politiek gevoelig moment. Het nieuwe kabinet wil het loon van ambtenaren voorlopig bevriezen. Tegelijk liggen er bezuinigingen op tafel voor de zorg en de sociale zekerheid. Juist daarom zal een forse salarisverhoging voor politici tot weerstand leiden.
Toch vindt Arpa dat het debat niet uit de weg moet worden gegaan. In het rapport staat dat een “goede, gewetensvolle uitoefening van het ambt in het belang is van iedereen”. Volgens het college vraagt dat om een passende waardering.
Niet iedereen profiteert
De voorgestelde ‘inhaalslag’ geldt niet voor alle functies. De commissaris van de Koning zou juist een stap terug moeten doen. Die ontvangt nu een ministersalaris, maar volgens Arpa past een beloning op het niveau van een staatssecretaris beter bij de functie.
Dat heeft ook gevolgen voor Hugo de Jonge, die momenteel nog een ministersloon ontvangt. In de toekomst zou dat salaris dus omlaag gaan.
Meer dan alleen loon
Het advies gaat verder dan alleen geld. Arpa benadrukt dat een politiek ambt in de praktijk ook gewoon werk is. Met één belangrijk verschil: politici hebben geen ontslagbescherming. Een functie kan van de ene op de andere dag eindigen.
Daarom pleit het college voor betere afspraken over het zogenoemde terugkeerrecht. Politici moeten eenvoudiger kunnen terugkeren naar hun oude werkgever als hun ambt stopt. Ook moeten secundaire arbeidsvoorwaarden worden gemoderniseerd.
Zo stelt Arpa voor om een keuzebudget in te voeren, vergelijkbaar met dat van veel werknemers. Daarmee kunnen politici bijvoorbeeld extra vrije dagen of een fiets regelen. Ook zouden regels rond dienstauto’s soepeler moeten, om administratieve rompslomp te beperken. Daarnaast noemt het college kinderopvang als aandachtspunt, zeker in gemeenten met lange wachtlijsten.
Het advies ligt nu bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Concrete stappen volgen pas als het nieuwe kabinet aantreedt. Dat moment komt wanneer beoogd minister Pieter Heerma samen met zijn collega’s op het bordes staat. Dan zal blijken of het kabinet bereid is de politieke storm rond hogere politiciensalarissen te trotseren.





















































