Motie van treurnis voor Sjoerdsma na omstreden UNRWA-besluit

Oppositiepartijen JA21 en SGP hebben minister Sjoerdsma stevig bekritiseerd. Aanleiding is zijn besluit om extra geld toe te kennen aan de omstreden hulporganisatie UNRWA. De partijen dienen daarom een motie van treurnis in. Daarmee willen zij hun ongenoegen duidelijk maken.
De frustratie bij de oppositie is groot. Volgens JA21 en SGP was er een duidelijke afspraak gemaakt met de minister. Hij zou geen extra geld overmaken naar de organisatie. Op basis van die toezegging kreeg zijn begroting nog steun van een Kamermeerderheid.
Oppositie voelt zich misleid
JA21-leider Eerdmans laat weinig ruimte voor twijfel. ‘We willen dit wel even markeren’. Ook voegt hij toe: ‘Deze handelwijze is niet voor herhaling vatbaar.’ Met de motie willen de partijen duidelijk maken dat dit gedrag niet acceptabel is.
De motie van treurnis is minder zwaar dan een motie van wantrouwen. Toch is het een duidelijk signaal richting de minister. Volgens Eerdmans moet het kabinet zorgvuldiger omgaan met oppositiepartijen, zeker omdat het afhankelijk is van hun steun.
De kritiek komt niet alleen van JA21 en SGP. Ook andere partijen uiten hun zorgen. Binnen de oppositie wordt zelfs openlijk getwijfeld aan de betrouwbaarheid van het kabinet. Het is opvallend dat verschillende partijen, met uiteenlopende achtergronden, zich hierbij aansluiten.
Vertrouwen onder druk in de Kamer
SGP-leider Stoffer gaat nog een stap verder. Hij stelt dat de kwestie raakt aan het vertrouwen in de minister. Daarmee krijgt de discussie een zwaarder karakter. Zulke stevige woorden zijn zeldzaam vanuit de SGP.
De onrust ontstond nadat Sjoerdsma besloot de bijdrage aan UNRWA te verhogen. Dit gebeurde kort nadat de begroting was aangenomen. Voorwaarde was toen juist dat dit niet zou gebeuren. Zijn uitleg zorgt voor veel vragen in de Kamer.
De minister verdedigt zich door te stellen dat hij transparant wilde zijn. Hij erkent wel dat hij de gevolgen verkeerd heeft ingeschat. Tegelijk zegt hij begrip te hebben voor de frustratie bij Kamerleden. Volgens hem kan de Kamer zich later alsnog uitspreken over het besluit.














































