Nieuw rapport fileert Brusselse digitale agenda: ‘Pure illusie’

De Europese Unie spreekt graag over digitale soevereiniteit, maar volgens een nieuw rapport is dat vooral politieke schijn. Brussel doet alsof het digitale macht kan bouwen met regels, subsidies en grote plannen. In werkelijkheid blijft Europa afhankelijk van technologie uit de Verenigde Staten en China, terwijl eigen bedrijven juist worden afgeremd door de Brusselse regeldrift.
Dat staat in het rapport De grote illusie: de zoektocht van de EU naar digitale soevereiniteit van dr. Norman Lewis, uitgegeven door de denktank MCC Brussels. Lewis is hard in zijn oordeel over de Europese koers. 'De centrale stelling van dit rapport is eenvoudig: Europese ‘digitale soevereiniteit’ is een grote illusie.'
Regels zijn geen macht
Volgens Lewis is het idee van Europese digitale soevereiniteit op drie manieren misleidend. Politiek klopt het volgens hem niet, omdat soevereiniteit bij nationale staten hoort en de EU geen staat is. Feitelijk klopt het ook niet, omdat zelfs de Verenigde Staten en China niet de hele digitale keten beheersen.
De VS domineren cloud, besturingssystemen, browsers, AI en chipontwerp. Toch zijn zij afhankelijk van Taiwan voor geavanceerde chipproductie en van ASML in Nederland voor EUV-machines. China heeft sterke digitale controle in eigen land, maar kan zonder ASML niet op grote schaal de meest geavanceerde chips maken.
De EU staat er volgens het rapport nog zwakker voor. Zij beheerst geen grote cloudlaag, geen AI-laag, geen platformlaag en geen besturingssystemen voor eindgebruikers. Lewis schrijft: 'Regulerende macht is geen digitale soevereiniteit; het is de macht om technologieën te reguleren die door anderen zijn gebouwd.'
Brusselse projecten mislukken
Het rapport haalt uit naar de manier waarop Brussel digitale macht probeert te maken. Grote projecten als Quaero, Gaia-X en de Chips Act moesten Europese alternatieven bouwen. Volgens Lewis laten ze vooral zien hoe de EU aankondigingen verwart met echte prestaties.
'Dit zijn geen geïsoleerde ongelukken. Het zijn symptomen van een technocratisch systeem dat aankondiging verwart met prestatie, regulering met capaciteit en doelstelling met strategie.' Daarmee raakt het rapport een bekend verwijt aan Brussel: er komen veel plannen, maar weinig wereldspelers.
Het Franse Minitel geldt in het rapport als waarschuwing. Frankrijk had vroeg een eigen online systeem, maar dat systeem was gesloten en nationaal gecontroleerd. Toen het open internet kwam, werd die zogenoemde soevereiniteit juist een rem.
ASML als les voor Europa
ASML laat volgens Lewis zien waar echte macht wel vandaan komt. Het Nederlandse bedrijf werd niet groot door een EU-programma. Het werd machtig omdat de wereld zijn machines nodig heeft voor de productie van de modernste chips.
Lewis vat dat scherp samen: 'ASML is machtig omdat de wereld erdoorheen moet.' Volgens hem moet Europa niet proberen de hele digitale keten achter een Europese muur na te bouwen. Europa moet zorgen dat het onmisbaar wordt op cruciale plekken.
Daarom pleit het rapport voor een andere koers. 'Wat Europa nodig heeft is geen digitale soevereiniteit. Het heeft handelingsvermogen, hefboomkracht en onmisbaarheid nodig.' De slotboodschap is duidelijk: 'De toekomst behoort aan degenen die haar vormgeven, niet aan degenen die reguleren of kopiëren wat anderen al hebben gebouwd.'























































