EU opent deur voor genetisch aangepast voedsel zonder duidelijke keuze voor consument

Consumenten in Europa krijgen straks minder zicht op genetisch aangepast voedsel. Het Europees Parlement stemde vorige week in met nieuwe regels voor gewassen die zijn aangepast met moderne technieken zoals CRISPR. Voor zulke nieuwe GGO’s gelden straks veel lichtere eisen dan voor oudere genetisch gemodificeerde gewassen.
Dat betekent dat voedingsbedrijven en supermarkten consumenten niet altijd hoeven te melden of nieuwe genetisch aangepaste gewassen in voedsel zijn verwerkt, meldt het platform Indepen in een uitgebreide analyse. Wie geen GGO’s wil eten, kan daardoor moeilijker een bewuste keuze maken.
Nieuwe generatie GGO’s
De nieuwe regels gaan niet over klassieke genetisch gemodificeerde mais en soja. Daarvoor blijven de bestaande etiketteringsregels grotendeels gelden. Fabrikanten moeten op het etiket zetten als zulke GGO’s in voedsel zitten.
Bij de nieuwe generatie ligt dat anders. Gewassen die met technieken als CRISPR zijn aangepast, worden onder de nieuwe regels veel meer behandeld als gewone plantenveredeling.
Voorstanders zeggen dat deze technieken preciezer zijn dan oude vormen van genetische modificatie. Volgens biotechbedrijven kunnen zulke gewassen beter tegen droogte, minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben en bijdragen aan voedselzekerheid.
De Zweedse christendemocraat Jessica Polfjärd loodste de wet door het Europees Parlement. Zij verdedigt de nieuwe koers. “We hebben gekozen voor innovatie, een betere concurrentiepositie en voedselzekerheid”, zei zij na de stemming.
Geen verplichte etikettering
Juist daar zit de grootste kritiek. Consumenten die geen genetisch aangepast voedsel willen eten, kunnen dat straks niet altijd meer herkennen. Bij nieuwe GGO’s komt er geen brede verplichte vermelding op het eindproduct.
Dat is een breuk met het oude uitgangspunt. Tot nu toe konden consumenten via etiketten zien of een product klassieke GGO’s bevatte. Omdat veel Europeanen daar wantrouwig tegenover staan, mijden veel fabrikanten zulke ingrediënten.
Onder de nieuwe regels wordt die keuze lastiger. Critici vrezen dat genetisch aangepaste aardbeien, champignons of andere gewassen ongemerkt in gewone producten terechtkomen.
Minder controle vooraf
Ook op andere punten worden de regels soepeler. Voor de oude generatie GGO’s moesten bedrijven studies aanleveren waaruit bleek dat proefdieren niet ziek werden van het gewas. De kwaliteit van zulke studies was volgens critici niet altijd sterk, maar er was in elk geval enige controle.
Voor de nieuwe generatie GGO’s zijn zulke dierstudies niet meer standaard nodig. Ook komt er volgens critici geen stevig systeem waarmee precies wordt bijgehouden waar nieuwe genetisch aangepaste gewassen terechtkomen.
Dat roept vragen op. Als een gewas later toch problemen veroorzaakt, wordt het moeilijker om het op te sporen of terug te halen uit de voedselketen.
Nina Holland van Corporate Europe Observatory, een organisatie die lobby-invloed in Brussel onderzoekt, reageerde fel. “Jessica Polfjärd heeft de democratie een vuile streek geleverd”, schreef zij.
Volgens Corporate Europe Observatory probeert de biotechsector al sinds 2012 de Europese GGO-regels te versoepelen. Met deze stemming krijgt die lobby volgens de organisatie alsnog haar zin.
Biologisch als laatste uitweg
Wie genetisch aangepast voedsel wil vermijden, houdt nog enkele opties over. Zo kunnen mensen zelf voedsel verbouwen met niet-GGO-zaden. Zadenverkopers moeten nog wel vermelden of zaad genetisch is aangepast.
Ook biologisch voedsel blijft in principe GGO-vrij. Biologische boeren en telers mogen geen genetisch gemodificeerde organismen gebruiken.
Toch is ook daar onzekerheid. Brussel gaat er volgens critici al van uit dat het in de toekomst niet altijd mogelijk zal zijn om nieuwe GGO’s volledig uit de biologische voedselketen te weren. Door kruisbestuiving of vermenging kan genetisch aangepast materiaal toch in biologische producten opduiken.
Boeren vrezen patenten
Een ander gevoelig punt zijn patenten. Biotechbedrijven kunnen hun nieuwe GGO’s patenteren. Daardoor kunnen boeren afhankelijker worden van grote bedrijven die zaden en genetische eigenschappen bezitten.
Critici vrezen dat boeren in de problemen kunnen komen als gepatenteerd genetisch materiaal onbedoeld op hun land terechtkomt, bijvoorbeeld door bestuiving vanaf een naburig perceel. In landen als Canada en de Verenigde Staten leidde dat eerder tot juridische conflicten.
Het Europees Parlement wilde eerder patenten op de nieuwe GGO’s beperken of verbieden om boeren te beschermen. Maar dat is niet in de uiteindelijke koers terechtgekomen.
BBB noemt het historische dag
Niet iedereen is kritisch. BBB-Europarlementariër Sander Smit sprak op X van “een historische dag”. Volgens hem gaat het niet om genetische manipulatie, maar om “versnelde veredeling van planten en zaden”.
Ook stelde hij dat de nieuwe regels “innovatie voor boeren, tuinders en veredelaars eindelijk de ruimte geeft”.
Daarmee staat de politieke scheidslijn scherp. Voorstanders zien moderne gentechniek als kans voor landbouw, voedselzekerheid en concurrentiekracht. Tegenstanders zien vooral minder transparantie, minder controle en meer macht voor biotechbedrijven.
Voor de consument is de uitkomst duidelijk: wie precies wil weten of zijn eten genetisch is aangepast, krijgt het straks moeilijker.





















































