Oostenrijks hotel beboet na verbod op boerkini in zwembad

Een Oostenrijkse rechter heeft een boete bevestigd voor een hotelmanager die twee moslima’s met een boerkini uit het zwembad weerde. Volgens de rechtbank was sprake van discriminatie op grond van hun geloof. De manager moet ongeveer 120 euro betalen, inclusief de kosten van de procedure, meldt Heute.
Het incident gebeurde afgelopen najaar in een hotel in St. Johann im Pongau, in de deelstaat Salzburg. Twee Oostenrijkse vrouwen uit Opper-Oostenrijk wilden het hotelzwembad gebruiken. Zij droegen daarbij een boerkini, maar kregen geen toestemming van de hotelbeheerder.
Het management wees op hygiëne en het ongemak van andere gasten. De vrouwen kregen volgens de rechtbank ook te horen dat zij zich moesten aanpassen aan Oostenrijkse gebruiken. De manager zou hebben gezegd: ‘Met een boerkini kan men misschien in Saudi-Arabië zwemmen, maar niet in Oostenrijk.’
Hotel betaalde ander verblijf
De vrouwen mochten uiteindelijk niet in het zwembad. Het hotel betaalde wel de kosten om hen naar een andere accommodatie te verplaatsen. Daarna dienden de twee vrouwen een klacht in bij de plaatselijke autoriteiten.
In februari 2026 kreeg de directeur van het hotel een boete van 100 euro. Hij ging tegen deze beslissing in beroep. Het Provinciaal Administratief Gerechtshof van Salzburg bevestigde de straf en legde daarnaast 20 euro aan procedurekosten op.
Volgens de rechters had het hotel ‘deze personen gediscrimineerd op grond van hun religieuze overtuiging en verhinderd dat zij gebruikmaakten van een dienst die bestemd is voor algemeen openbaar gebruik’. De rechtbank zag geen objectieve reden voor de ongelijke behandeling. Het beroep op hygiëne werd daarom afgewezen.
Rechter verwerpt hygiëneargument
De rechtbank stelde vast dat boerkini’s van hetzelfde materiaal worden gemaakt als andere zwemkleding. Ook waren bij de normale controles van de waterkwaliteit geen afwijkingen aangetroffen. Het ongemak dat andere gasten mogelijk voelen, is volgens de rechter geen geldige juridische reden om mensen anders te behandelen.
Daarnaast had het hotel geen vaste en schriftelijke zwembadregels die het verbod konden ondersteunen. Een van de moslima’s, die advocaat is, reageerde tevreden op de uitspraak. Volgens haar voldeed de behandeling door het hotel aan de juridische voorwaarden voor discriminatie.
Zij beschreef ook wat een gedwongen verbod betekent voor mensen die hun lichaam uit geloofs- of persoonlijke redenen bedekken. ‘Deze mensen ervaren het als een diepe vernedering wanneer zij gedwongen worden zich uit te kleden, terwijl niemand daardoor wordt geschaad’, zei zij.
De Oostenrijkse Hotelvereniging noemt de uitspraak een individuele beslissing. De zaak geeft hotels volgens de organisatie wel meer duidelijkheid over zulke verzoeken. Boerkini’s zouden eerder geen grote problemen hebben veroorzaakt in Oostenrijkse hotels. De uitspraak is niet automatisch bindend voor andere Oostenrijkse zwembaden. Het hotel kan nog naar het Constitutionele Hof of het Administratieve Hof stappen.




















































