Arabisch en Pools zijn de meest voorkomende talen bij politietolken

Wie wil weten met welke niet-Nederlandstalige groepen de politie het vaakst te maken krijgt, hoeft niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken. Ook de tolkenrekening vertelt een verhaal. Uit de Woo-gegevens die NieuwRechts opvroeg, springt vooral één patroon eruit: Arabisch is goed voor 28 procent van de sessies en Pools voor 17 procent. Daarmee tekenen zich twee heel verschillende migratieverhalen af: asiel- en oorlogsmigratie aan de ene kant, arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa aan de andere.
Uit betaalgegevens die NieuwRechts via de Wet open overheid (Woo) opvroeg, blijkt dat de nationale politie tussen 2018 en 2025 ruim 77 miljoen euro betaalde aan tolk- en vertaalbureaus. In het deel van de facturen waar wél een taal is genoteerd, tekent zich een duidelijke rangorde af: het Arabisch voert met afstand aan, gevolgd door het Pools — twee talen die samen meteen laten zien dat de tolkbehoefte van de politie niet één verhaal vertelt, maar twee. En terwijl de bedragen jaar op jaar opliepen, is juist datgene wat zou verklaren wat de belastingbetaler per tolkuur betaalt, in de aanbestedingsstukken zwartgelakt.




























































