Brandbrief ambtenaren: slavernijherdenking wringt door onderdrukking gemeente Amsterdam

Amsterdamse ambtenaren stellen in een brandbrief dat de gemeente niet geloofwaardig de Nationale Herdenking Slavernijverleden kan vertegenwoordigen zolang eigen medewerkers zich onderdrukt, uitgesloten en onveilig voelen. Volgens de schrijvers blijven ernstige signalen over integriteit, discriminatie, racisme en falende meldstructuren binnen de organisatie liggen. Zij richten zich tot NiNsee, het Herdenkingscomité Slavernijverleden en burgemeester Femke Halsema, meldt GeenStijl.
De brief komt kort voor de herdenking van vandaag. De ambtenaren zeggen dat Amsterdam wel spreekt over vrijheid, herstel en rechtvaardigheid, maar die waarden volgens hen niet genoeg toepast op de eigen werkvloer. Onder de schrijvers zijn medewerkers uit meerdere gemeentelijke onderdelen, onder wie ook 'nazaten van tot slaaf gemaakten'.
Druk op de gemeente
De kern van de brief is stevig. ‘Wij achten het onverenigbaar met de betekenis van de Nationale Herdenking Slavernijverleden dat de Gemeente Amsterdam zich op 1 juli presenteert als vertegenwoordiger van vrijheid, herstel en rechtvaardigheid, zolang binnen de eigen organisatie ernstige en langdurige signalen over integriteit, sociale veiligheid, discriminatie, racisme, uitsluiting, falende meldstructuren en de behandeling van kritische medewerkers onvoldoende zijn weggenomen.’
De ambtenaren zeggen dat zij niet handelen uit rancune of partijpolitiek. Zij vinden dat een overheid pas over vrijheid kan spreken als zij die vrijheid ook intern beschermt. ‘Deze brief is geschreven vanuit geweten. Niet uit rancune of uit politieke voorkeur. Maar vanuit de overtuiging dat een overheid slechts geloofwaardig kan spreken over vrijheid wanneer zij diezelfde vrijheid ook binnen haar eigen organisatie beschermt.’
Volgens de schrijvers gaat het om dagelijkse problemen. Medewerkers zouden zich niet vrij voelen om misstanden te melden. Ook zouden kritische medewerkers niet goed worden behandeld. ‘Voor ons zijn dit geen theoretische vragen. Het zijn dagelijkse ervaringen.’
Bestuurscultuur onder vuur
De brief noemt de zogenoemde zwarte lijst binnen stadsdeel Zuidoost als bekend voorbeeld. Volgens de ondertekenaars staat die kwestie niet op zichzelf. Zij zien een breder patroon binnen de gemeente.
Daarbij wijzen zij op sociale onveiligheid, uitsluiting, discriminatie, racisme en integriteit. Ook noemen zij meldstructuren die volgens hen tekortschieten. ‘Het gaat inmiddels niet meer over één lijst. Niet meer over één directie. Niet meer over één conflict. Het gaat over een politieke bestuurscultuur.’
De ambtenaren vragen niet om de herdenking af te gelasten. Wel willen zij dat Halsema en de betrokken organisaties nadenken over hun eigen rol. Hun boodschap is dat Amsterdam dezelfde normen op zichzelf moet toepassen als op burgers.
Vraag aan Halsema
Aan Halsema vragen de schrijvers of zij op dit moment wel de geloofwaardige vertegenwoordiger is om namens de gemeente over vrijheid, erkenning, herstel en menselijke waardigheid te spreken. Zij koppelen dat aan haar bestuurlijke verantwoordelijkheid voor integriteit. Ook noemen zij de omgang met melders en signalen van sociale onveiligheid.
De brief eindigt met een duidelijke waarschuwing. Volgens de ambtenaren is herdenken geen podium voor moreel gezag, maar een moment van zelfonderzoek. ‘Vrijheid begint daar waar macht bereid is zichzelf kritisch te onderzoeken.’























































