Boeren halen doelen niet door vervuild water uit Duitsland, kabinet ziet geen probleem

De discussie over de waterkwaliteit in grensgebieden laait opnieuw op. Boeren in Oost-Nederland halen de waterdoelen niet door vervuild water dat uit Duitsland ons land binnenkomt. Toch ziet het kabinet geen probleem. Volgens minister Vincent Karremans is er “geen sprake” van achterstelling van Nederlandse boeren. Daarmee staat het kabinet lijnrecht tegenover de ervaringen in de praktijk.
De onrust ontstond rond de rivier de Dinkel, die vanuit Duitsland Nederland instroomt. In Duitsland geldt het water volgens de regels als schoon. In Nederland wordt hetzelfde water als vervuild aangemerkt. Dat verschil heeft directe gevolgen, meldde De Telegraaf eind vorig jaar.
Boeren in de regio halen de gestelde doelen niet, mede door de instroom van stikstofrijk water uit Duitsland. Daardoor krijgen zij te maken met extra maatregelen en strengere eisen. Melkveehouder Luc Westerhof zegt tegenover De Telegraaf: “Zonder dat ik en mijn collega’s hier iets aan kunnen doen. Het voelt oneerlijk.”
Ook waterschap Vechtstromen bevestigt dat het buitenlandse water een rol speelt. Woordvoerder Frank Brouwer zegt bij De Telegraaf: “Uit metingen blijkt dat het uit Duitsland afkomstige water een belangrijke bron van met name stikstof in ons gebied is.” Hierdoor ontstaan normoverschrijdingen in Oost-Nederland.
Grote verschillen in regels
Een belangrijk punt is het verschil in normen. In Duitsland mag water veel meer stikstof bevatten. Daar geldt een grens van 11,3 milligram per liter. In Nederland ligt die norm rond 2,3 milligram per liter.
Dat betekent dat water dat in Duitsland als “goed” wordt gezien, in Nederland leidt tot overschrijding van de normen. Boeren moeten daardoor maatregelen nemen om doelen te halen die mede worden beïnvloed door water van buiten Nederland.
Ook de meetmethodes verschillen. Duitse en Nederlandse instanties gebruiken andere systemen. Dat maakt de situatie moeilijk uitlegbaar voor boeren in de grensregio.
Kabinet: geen sprake van benadeling
Het kabinet, bij monde van de ministers Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) erkent dat het probleem speelt, maar wijst de conclusie van de hand. “Ik begrijp dat onder Nederlandse boeren het beeld leeft dat zij zouden worden benadeeld door verontreiniging afkomstig uit het buitenland. Van een dergelijke benadeling is echter geen sprake,” schrijft minister Karremans in zijn beantwoording van Kamervragen.
Volgens hem biedt de Europese Kaderrichtlijn Water ruimte om rekening te houden met buitenlandse vervuiling. Als doelen niet gehaald worden door instroom uit het buitenland, kan Nederland een beroep doen op uitzonderingen. Wel moet Nederland aantonen dat het zelf voldoende maatregelen neemt.
Daarnaast benadrukt de minister dat Nederland al langere tijd met Duitsland en de Europese Commissie in gesprek is over de waterkwaliteit.
Uitlegbaarheid blijft probleem
Tegelijk erkent het kabinet dat de situatie lastig uit te leggen is. “Ik ben het met u eens dat het voor de uitlegbaarheid beter is als de normen nog meer op elkaar worden afgestemd,” aldus de minister.
Ook stelt hij dat water Nederland meestal schoner binnenkomt dan het het land verlaat. Dat staat haaks op de zorgen in de grensregio, waar juist wordt gewezen op vervuiling van buitenaf.
Ondanks de problemen blijft het kabinet optimistisch. Volgens Karremans voldoet Nederland inmiddels aan 83 procent van de waterdoelen. Dat gaat om meer dan 100.000 doelen, verdeeld over honderden waterlichamen. “Het is niet het geval dat KRW-doelen in Nederland nooit gehaald kunnen worden,” stelt hij. Internationale samenwerking moet daarbij helpen.



















































