Natuurplan Bodegraven kan boeren raken in vergunningen

Zeventien boeren uit Zuid-Holland roepen de provincie op om voorlopig niet verder te gaan met de ontwikkeling van nieuwe natuur in Bodegraven-Noord. Zij willen eerst duidelijkheid over de gevolgen voor landbouwbedrijven, bewoners, waterbeheer en de toekomstige gebruiksruimte in het gebied. Volgens de ondertekenaars dreigt de provincie onomkeerbare stappen te zetten, terwijl belangrijke vragen nog niet zijn beantwoord.
De boeren hebben hun zorgen vastgelegd in een dringende brief aan de provincie Zuid-Holland. Daarin vragen zij om de werkzaamheden voor het Natuurnetwerk Nederland, kortweg NNN, niet begin juni te hervatten. Volgens hen loopt het broedseizoen officieel door tot 15 juli. Juist die periode zou de provincie volgens de boeren moeten gebruiken voor heroverweging en overleg.
De kwestie speelt in een gebied waar de spanning al eerder opliep, meldt Agraaf. Eind maart ontstond ophef nadat weidevogels met honden zouden zijn verjaagd. Daarna besloot het programmabureau om de werkzaamheden tijdelijk stil te leggen. Nu vrezen boeren dat de uitvoering alweer snel wordt opgepakt, zonder dat het onderliggende conflict is opgelost.
Zorgen over toekomst van landbouw
De kern van de brief gaat niet alleen over vogels of werkzaamheden in het broedseizoen. De boeren maken zich vooral zorgen over wat nieuwe natuur straks betekent voor hun bedrijven. Zij willen weten welke beperkingen er op de landbouw afkomen als gronden in Bodegraven-Noord worden ingericht als NNN-gebied.
Volgens de boeren was daar eerder juist geruststelling over gegeven. Bij de vaststelling van het plan eind 2023 waarschuwden LTO Noord en agrariërs uit het gebied al voor risico’s en onzekerheden. Ook werden alternatieven aangedragen. Zo zou gekeken kunnen worden naar het halen van natuurdoelen binnen bestaand natuurgebied.
Die alternatieven zijn volgens de boeren terzijde geschoven. Dat gebeurde, schrijven zij, met “de expliciete geruststelling vanuit de provincie dat de nieuwe NNN-natuur geen aanvullende beperkingen of externe werking voor omliggende bedrijven en gronden zou veroorzaken”.
Juist die geruststelling staat nu onder druk. De boeren wijzen op nieuwe ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Daardoor zou stikstofgevoelige natuur binnen het NNN alsnog kunnen leiden tot extra beschermingsmaatregelen. Daarmee ontstaat volgens hen precies het risico waarvoor eerder al werd gewaarschuwd.
Vertrouwen in provincie onder druk
De boeren spreken in hun brief van een vertrouwenskwestie. Als eerdere uitgangspunten niet blijken te kloppen, raakt dat volgens hen direct aan de rechtszekerheid van agrariërs en ondernemers.
“Dat roept ernstige vragen op over de betrouwbaarheid van de eerdere uitgangspunten en over de gevolgen voor de rechtszekerheid van agrariërs en ondernemers in het gebied”, schrijven zij.
Volgens de ondertekenaars gaat het daarmee niet alleen om natuurbeleid. Het raakt ook aan de manier waarop de overheid omgaat met burgers en ondernemers die afhankelijk zijn van voorspelbaar bestuur.
Zij verwijzen daarbij naar bredere kritiek op overheidshandelen. Waarschuwingen uit de praktijk worden volgens hen te vaak onvoldoende serieus genomen. De boeren vinden dat de provincie juist nu moet voorkomen dat achteraf schade moet worden hersteld die vooraf had kunnen worden voorkomen.
Twijfels over blauwgrasland
Naast de juridische en bestuurlijke zorgen zijn er ook inhoudelijke twijfels. De boeren vragen zich af of de gekozen natuurdoelen in Bodegraven-Noord praktisch haalbaar zijn. Zij noemen onder meer blauwgrasland, een natuurtype dat gevoelig is voor waterkwaliteit, verzuring en stikstof.
Volgens de brief zijn er meerdere factoren die de ontwikkeling van zulke natuur kunnen bemoeilijken. De ondertekenaars noemen voedselrijk water, een onvoldoende functionerend watersysteem, gebrek aan kalkaanvoer, wegzijging van water, verzuring van afgeplagde veengronden en stikstofdepositie.
De boeren stellen dat vergelijkbare natuurprojecten elders niet altijd het gewenste resultaat opleverden. Daarom vinden zij het moeilijk uitlegbaar dat in Bodegraven-Noord dezelfde aanpak wordt doorgezet, terwijl de uitvoerbaarheid nog ter discussie staat.
“Beleid moet niet alleen kloppen op papier, maar ook werken in de praktijk. De polder merkt het verschil”, staat in de brief.
Eerst overleg, dan uitvoering
De oproep aan de provincie is helder. De boeren vragen om de werkzaamheden niet te hervatten zolang onduidelijk is wat de gevolgen zijn voor agrariërs, bewoners en omliggende bedrijven. Ook willen zij dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet zolang vragen over uitvoerbaarheid, externe werking en gebiedsgevolgen onbeantwoord blijven.
Verder vragen zij om duidelijkheid over de mogelijke externe werking van stikstofgevoelige NNN-natuur. Ook willen zij dat de provincie opnieuw in gesprek gaat met agrariërs, bewoners, grondeigenaren en betrokken organisaties over alternatieven en uitvoerbaarheid.
Volgens de boeren is draagvlak essentieel voor de toekomst van het gebied. Als de provincie de werkzaamheden toch hervat zonder inhoudelijke antwoorden te geven, zal dat het vertrouwen verder beschadigen.
“Zorgvuldigheid en draagvlak zijn essentieel voor een toekomstbestendige inrichting van het gebied”, schrijven zij. “Het opnieuw starten van werkzaamheden zonder beantwoording van de openstaande vragen zal het vertrouwen in de provincie en het gebiedsproces verder onder druk zetten.”
Natuurbeleid raakt boeren direct
De brief uit Bodegraven-Noord past in een bredere discussie over het Natuurnetwerk Nederland. In meerdere provincies ervaren boeren dat natuurontwikkeling niet alleen gaat over nieuwe planten, vogels of waterpeilen, maar ook over hun bedrijfsruimte.
De vrees is dat nieuwe natuur later alsnog leidt tot strengere regels voor omliggende bedrijven. Zeker wanneer het gaat om stikstofgevoelige natuur. Dan kan een natuurdoel in de praktijk ook gevolgen hebben voor vergunningen, bedrijfsontwikkeling en grondgebruik in de omgeving.
Daarom vragen de boeren niet alleen om vertraging, maar vooral om duidelijkheid. Zij willen weten waar zij aan toe zijn voordat de schop weer de grond in gaat.
De provincie Zuid-Holland moet nu beslissen of zij de uitvoering in Bodegraven-Noord doorzet of eerst opnieuw het gesprek met het gebied aangaat. Voor de boeren is de boodschap in elk geval duidelijk: geen verdere natuurontwikkeling zonder heldere garanties voor de toekomst van landbouw en bewoners in de polder.




















































