Minder bedrijven investeren in verduurzaming: kosten en vol stroomnet remmen plannen

Voor het tweede jaar op rij investeren minder bedrijven in verduurzaming. In 2024 zei nog 68 procent van de bedrijven geld te steken in een klimaatneutrale bedrijfsvoering. Vorig jaar was dat ruim 64 procent. Dit jaar is dat verder gedaald naar 61,5 procent.
Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de conjunctuurenquête onder bedrijven met vijf of meer werknemers in de industrie, detailhandel, autohandel en dienstverlening. De daling laat zien dat verduurzaming voor ondernemers niet vanzelfsprekend is. Zeker niet als de kosten hoog blijven, beleid onzeker is en het energienet op steeds meer plekken volloopt.
Vooral kleine en middelgrote bedrijven haken af
De terugval zit vooral bij kleine en middelgrote bedrijven. Zij investeren dit jaar minder vaak in een klimaatneutrale bedrijfsvoering dan in 2025. Grote bedrijven doen dat nog altijd het vaakst.
Dat verschil is niet verrassend. Grote bedrijven hebben meestal meer kapitaal, eigen duurzaamheidsafdelingen en betere toegang tot subsidies, adviseurs en financiering. Voor kleinere ondernemers is verduurzaming vaker een rekensom. Als investeringen niet terugverdiend kunnen worden, blijven plannen liggen.
De daling is zichtbaar in de meeste sectoren. In de horeca zakte het aandeel bedrijven dat investeert in verduurzaming van 54,8 naar 47,3 procent. In de industrie ging het van 70 naar 65,4 procent. Ook cultuur, sport en recreatie daalde fors, van 68,7 naar 62,4 procent.
Niet overal is sprake van krimp. In de autohandel en -reparatie steeg het aandeel juist van 67,1 naar 71,1 procent. Ook in de overige dienstverlening nam het licht toe.
Vervoer en vastgoed nog bovenaan
De meeste verduurzamingsinvesteringen worden nog altijd gedaan in vervoer en opslag en in de verhuur en handel van onroerend goed. In vervoer en opslag investeert 76,1 procent van de bedrijven in verduurzaming. In vastgoed en verhuur gaat het om 74,3 procent.
Dat zijn sectoren waar regels, energieverbruik en investeringsdruk groot zijn. Transportbedrijven noemen vooral emissiereductie als terrein waarop zij investeren. Industriebedrijven richten zich vaker op energie-efficiëntie en circulaire productie.
Over alle sectoren samen is het beeld duidelijk: verduurzaming blijft aanwezig, maar de groei is eruit. Minder bedrijven stappen in. Wie al investeert, verwacht per saldo wel nog iets meer uit te geven dan vorig jaar.
Geld blijft grootste rem
De belangrijkste reden waarom bedrijven niet of minder verduurzamen, is geld. Financiële beperkingen worden door 36,1 procent van de bedrijven genoemd als belemmering. Vorig jaar was dat 34,6 procent.
Daarna volgt onzekerheid over economie en beleid. Die wordt door 23,3 procent genoemd, tegen 20,8 procent vorig jaar. Ondernemers kijken dus niet alleen naar de aanschafprijs van duurzame alternatieven, maar ook naar de vraag of regels, subsidies en marktomstandigheden blijven zoals ze zijn.
Dat is een belangrijk punt. Veel verduurzamingsprojecten draaien op lange terugverdientijden, fiscale voordelen of subsidieregelingen. Als ondernemers twijfelen of beleid morgen weer verandert, wordt investeren risicovoller.
Energienet steeds vaker obstakel
Opvallend is de snelle opmars van het energienet als belemmering. In 2025 noemde 11,9 procent van de bedrijven beperkingen in het netwerk als probleem. Dit jaar is dat 14,6 procent.
In vrijwel alle sectoren wordt netcongestie vaker genoemd. Vooral detailhandel, vastgoed, vervoer en opslag merken dat het energienet een rem zet op plannen. Bedrijven kunnen zonnepanelen willen plaatsen, elektrisch rijden willen invoeren of machines willen vervangen, maar als de aansluiting niet meewerkt, houdt het op.
De toename is het sterkst in informatie en communicatie en in de autohandel en -reparatie. Juist sectoren die afhankelijker worden van stroom, laadcapaciteit en digitale infrastructuur lopen tegen fysieke grenzen aan.
Niet elk bedrijf ziet probleem
Ruim twee derde van de bedrijven ervaart belemmeringen bij het klimaatneutraal maken van de bedrijfsvoering. Tegelijk zegt 32 procent geen belemmeringen te zien. Dat aandeel is vrijwel gelijk aan vorig jaar.
Ook valt op dat het gebrek aan duurzamere alternatieven minder vaak wordt genoemd. Dat daalde van 16,4 naar 12,9 procent. De techniek is er dus vaker wel. De vraag is vooral of ondernemers die kunnen betalen, aansluiten en terugverdienen.
Daarmee krijgt het duurzaamheidsbeleid een nuchtere werkelijkheidstoets. Bedrijven investeren niet alleen omdat Den Haag of Brussel dat wil. Zij kijken naar kosten, risico’s, personeel, energieaansluitingen en praktische uitvoerbaarheid.
De CBS-cijfers laten vooral zien dat de grens van goede bedoelingen in zicht komt. Verduurzaming blijft op de agenda, maar ondernemers drukken vaker op de rem wanneer de rekening oploopt en het stroomnet vol zit.






















































