Twaalf jaar cel geëist voor dodelijke steekpartij bij azc Oostrum

Het Openbaar Ministerie heeft twaalf jaar cel geëist tegen de 33-jarige Oğuz T., een Turkse asielzoeker die in februari de 22-jarige Syriër Abdullah neerstak in de buurt van het asielzoekerscentrum in Oostrum. Het slachtoffer overleefde de aanval aanvankelijk, maar overleed een maand later in het ziekenhuis aan een longontsteking. Volgens justitie is er sprake van doodslag, meldt De Limburger.
De twee mannen woonden beiden in de opvang in Oostrum. Eerder die dag was er ruzie ontstaan tussen hen, maar in de rechtbank werd niet duidelijk waar dat precies over ging. Die onenigheid leidde uiteindelijk tot een confrontatie op het terrein rond een nabijgelegen tankstation.
T. vertelde via een tolk dat hij het gesprek wilde „uitpraten”, maar dat hij zich niet veilig voelde. „We liepen naar buiten en hij wilde naar een rustige plek lopen. Maar ik was bang en wees hem dat we naar het tankstation moesten gaan omdat daar camera’s hangen.”
Mes mee na eerdere woordenwisseling
Bij het tankstation trok T. een mes dat hij al eerder die dag had meegenomen na de ruzie. Op de beelden is te zien dat hij meerdere keren uithaalt. Abdullah wordt in zijn borst geraakt en raakt zwaar gewond. Hij stortte even later in elkaar.
T. verklaarde dat hij handelde uit angst. „Ik had ook niet het idee dat het zover zou komen. Maar ik voelde me bedreigd om de dingen die hij zei. Ik dacht dat hij ook een mes had en dat zou gaan gebruiken, daarom pakte ik mijn mes en stak ik hem.” Uit onderzoek bleek dat Abdullah geen mes bij zich had.
Het Openbaar Ministerie ziet de zaak anders. Volgens officier van justitie was het handelen van T. bewust en gericht op dodelijk letsel. Op camerabeelden is te zien dat T. ongeveer twintig seconden lang blijft steken. Vanuit het slachtoffer is geen aanval of dreiging te zien, aldus het OM. Pas na de steekpartij zette Abdullah een paar stappen in de richting van T., maar zakte toen in elkaar.
Verdediging: geen opzet, wel paniek
Advocaat Ahmet Kilinc zei dat zijn cliënt geen enkele bedoeling had om Abdullah te doden. De advocaat wees erop dat T. juist naar het tankstation wilde omdat daar camera’s hangen. Ook zou er onderweg geen agressie zijn geweest.
T. zou de situatie op een bepaald moment als zo bedreigend hebben ervaren dat hij zijn mes trok. Kilinc benadrukte bovendien dat zijn cliënt direct probeerde hulp te zoeken in de opvang.
De moeder van Abdullah volgde het proces op afstand. Zij verblijft zelf nog als vluchteling in Turkije en kon haar zoon in de maand in het ziekenhuis alleen via een beeldverbinding zien. In haar emotionele verklaring zei ze dat de dood van haar zoon voelt als „een kogel door mijn hart”. De rechtbank in Roermond doet op 5 december uitspraak.




















































