Kabinet ontwijkt vraag over geheime NAVO-verplichtingen bij militaire spoortransporten

Het kabinet blijft vaag over de vraag of voorrang voor militaire transporten op het spoor voortvloeit uit geheime NAVO-verplichtingen. In antwoorden op Kamervragen hierover zegt staatssecretaris Aartsen dat dit besluit in eerste instantie voortkomt uit opgedane ervaringen van de afgelopen jaren. Tegelijkertijd erkent hij wel dat Nederland een belangrijk doorvoerland is binnen NAVO-verband en aan het begin ligt van internationale militaire corridors richting Oost-Europa. Over de precieze afspraken en verplichtingen blijft het kabinet zwijgen.
Sinds vorige maand krijgen militaire transporten voorrang op het spoor boven reguliere passagiers- en goederentreinen. Dat maakte demissionair staatssecretaris Thierry Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat bekend. Volgens hem was de maatregel noodzakelijk vanwege de toenemende dreiging van een militair conflict in Europa. Als reactie hierop diende FVD-Kamerlid Peter van Duijvenvoorde Kamervragen in. Hij wilde onder meer weten of dit besluit voortkwam uit NAVO-verplichtingen.
De vragen worden gesteld omdat eerder bleek dat Nederland zich heeft vastgelegd aan politiek bindende NAVO-afspraken zonder dat de Tweede Kamer daarover heeft gestemd. Die afspraken zouden zijn vastgelegd in onderliggende documenten die niet openbaar zijn. Kamerleden spraken toen van een democratisch probleem, omdat beleidsterreinen als infrastructuur, energie en zorg geraakt worden zonder parlementaire instemming.
Tegen die achtergrond wilde de Kamer nu weten of de aangekondigde voorrang voor militaire transporten op het spoor eveneens het gevolg is van zulke verplichtingen.
Geen expliciete NAVO-opdracht, wel ‘belangrijk doorvoerland’
Aartsen vermijdt een direct antwoord op de vraag of er geheime NAVO-eisen aan ten grondslag liggen. Hij schrijft dat de maatregel noodzakelijk is „gezien de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan met militaire transporten” en vanwege „oplopende geopolitieke spanningen”. Daarbij voegt hij toe dat Nederland „een belangrijk doorvoerland voor Host Nation Support” is en „aan het begin ligt van de North Sea–Baltic Corridor”.
Of deze rol voortkomt uit bindende NAVO-afspraken die buiten de Kamer om zijn gemaakt, laat hij in het midden. Hij bevestigt wel dat internationale factoren meespelen, maar benadrukt dat de wijziging formeel een nationale beleidskeuze is.
Voorraadregel of beleidswijziging?
Het kabinet ontkent dat het spoor structureel ondergeschikt wordt aan militaire agenda’s. Volgens Aartsen gaat het om uitzonderlijke situaties. Militaire transporten krijgen alleen voorrang als ze urgent zijn en als er geen reservecapaciteit beschikbaar is. Toch wordt deze regeling vastgelegd via een wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling. Dat maakt de maatregel blijvend van aard.
Reizigers kunnen daarvan hinder ondervinden. Aartsen erkent dat het „niet valt uit te sluiten dat reizigers dit merken”, bijvoorbeeld door tijdelijke stillegging van treinverkeer. Volgens hem zal het om uitzonderingen gaan en zoekt ProRail steeds naar de minst ingrijpende oplossing.



















































