Von der Leyen verdedigt CO2-heffing tegen kritiek uit industrie

De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft de Europese CO2-heffing verdedigd tegenover de industrie. Het gaat om het zogeheten Emissions Trading System, beter bekend als het ETS. Dat systeem verplicht bedrijven te betalen voor elke ton CO2 die zij uitstoten. Volgens Von der Leyen heeft dit beleid duidelijke voordelen. Kritiek moet volgens haar vooral worden gericht aan nationale regeringen die de opbrengsten verkeerd besteden, meldt Euractiv.
Von der Leyen sprak woensdag op de European Industry Summit in Antwerpen. In de zaal zaten bestuurders uit energie-intensieve sectoren, waaronder de chemische industrie. Juist deze sectoren uiten al jaren stevige kritiek op het ETS. Zij stellen dat de CO2-heffing hun kosten opdrijft en de internationale concurrentie schaadt.
ETS en economische groei
De Commissievoorzitter verwierp het beeld dat de CO2-heffing economische groei in de weg zit. Zij verwees naar cijfers sinds de invoering van het ETS. ‘Sinds het in 2005 is ingevoerd, zijn de emissies met 39 procent gedaald, terwijl de economie in sectoren die onder het ETS vallen met 71 procent is gegroeid,’ zei Von der Leyen.
Volgens haar laat dit zien dat klimaatbeleid en economische groei samen kunnen gaan. Het probleem zit volgens haar niet in het systeem zelf, maar in de keuzes van lidstaten. Zij zouden de inkomsten uit de CO2-heffing te weinig inzetten voor bedrijven die moeten verduurzamen.
Kritiek vanuit de chemische industrie
De roep om het ETS af te zwakken klinkt vooral luid vanuit de chemische sector. Brancheorganisatie Cefic noemde het systeem onlangs ‘achterhaald’. Bedrijven pleiten voor verlichting van de lasten, zeker nu energieprijzen hoog zijn en concurrentie van buiten Europa toeneemt.
Von der Leyen ging daar tegenin. Zij stelde dat lidstaten momenteel ‘minder dan 5 procent van de ETS-inkomsten investeren in industriële verduurzaming’. Volgens haar ligt daar de kern van het probleem. ‘Ik vind dat het hoog tijd is dat lidstaten een stap zetten en ons niveau van steun evenaren,’ zei zij.
Hoe het ETS precies werkt
Het ETS is een zogenoemd ‘cap-and-trade’-systeem. Elk jaar wordt een maximum vastgesteld voor de totale CO2-uitstoot binnen de Europese Unie. Dat plafond daalt geleidelijk. Voor elke ton CO2 is een uitstootrecht nodig. Bedrijven moeten die rechten kopen via veilingen of via de koolstofmarkt.
De prijs per ton CO2 ligt momenteel rond de 80 euro. Zware industrieën krijgen deels gratis uitstootrechten, waardoor zij voorlopig grotendeels zijn vrijgesteld. Toch ervaren zij het systeem als steeds knellender.
Ongeveer 75 procent van de ETS-opbrengsten gaat naar nationale begrotingen. De resterende 25 procent vloeit naar het Europese Innovatiefonds van circa 100 miljard euro. Dat geld is bedoeld voor nieuwe, klimaatvriendelijke technologieën.
De Europese Commissie wil het ETS hervormen en komt naar verwachting eind juli met voorstellen. Daarbij wil Brussel lidstaten aanspreken die ETS-geld gebruiken voor pensioenen en andere reguliere uitgaven. ‘Het terugsluizen van meer ETS-inkomsten naar de industrie zal daarom een kernpunt zijn van de komende hervorming van het emissiehandelssysteem deze zomer,’ zei Von der Leyen. ‘Want deze middelen komen uit de industrie.’























































