Raad van State zet streep door extra schadeclaim na wolvenaanvallen in Drenthe

De provincie Drenthe hoeft een schapenhouder uit Beilen geen extra schadevergoeding meer te betalen na wolvenaanvallen in 2021 en 2022. Dat heeft de Raad van State in een definitieve uitspraak bepaald. De schapenhouder kreeg eerder al ruim 10.000 euro uitgekeerd. Volgens de hoogste bestuursrechter is dat bedrag voldoende. Daarmee komt een einde aan een jarenlange juridische strijd over de gevolgen van de wolvenaanvallen.
De wolvenaanvallen vonden plaats in 2021 en 2022. Daarbij werden ongeveer tien schapen gedood. Meerdere andere dieren raakten zo zwaar gewond dat ze door een dierenarts moesten worden geëuthanaseerd. De provincie Drenthe keerde schadegeld uit via BIJ12, de organisatie die faunaschade afhandelt. De schapenhouder vond dat bedrag te laag en stapte naar de rechter.
Volgens de Beiler schapenhouder is onvoldoende rekening gehouden met het ras van zijn dieren. Het ging om Shropshire-schapen. Dat is een zeldzamer en duurder Engels ras, herkenbaar aan een zwarte kop en witte wol. Hij stelde dat de waarde van deze schapen hoger lag dan waar de provincie van uitging. Daarbij verwees hij naar de bijzondere eigenschappen van het ras en de inzetbaarheid in andere sectoren.
De Raad van State volgt die redenering niet. De provincie baseerde zich op een taxatieadvies van de Vereniging van Speciale Schapenrassen (VSS). Dat advies is volgens de rechter zorgvuldig opgesteld. Uit dat taxatierapport blijkt dat de marktprijzen voor Shropshire-schapen rond 2022 lager lagen dan de schapenhouder stelt. De provincie mocht dat advies overnemen.
De schapenhouder claimde ook vervolgschade. Hij stelde dat zijn ooien na de wolvenaanvallen zo van slag waren dat zij geen lammeren meer kregen. Volgens de Raad van State ontbreekt hiervoor overtuigend bewijs. De claim is daarom afgewezen. Zonder harde onderbouwing is er geen recht op extra compensatie.




















































