Amsterdam weet op welke scholen homo-acceptatie laag is, maar wethouder Esmah Lahlah wil niet ingrijpen

De homoacceptatie onder jongeren is in vier jaar hard gedaald. Ook Amsterdam kent al langer grote verschillen tussen scholen en stadsdelen. Toch wil onderwijswethouder Esmah Lahlah (Pro) eerst nieuwe cijfers van de GGD afwachten voordat zij bepaalt waar extra maatregelen nodig zijn. Vanuit de gemeenteraad klinkt de roep om sneller in te grijpen, meldt De Telegraaf.
De nieuwste landelijke cijfers zijn fors. In 2021 had nog 40 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs een positieve houding tegenover homoseksualiteit. In 2025 was dat nog 22 procent. Bij meisjes zakte het percentage in dezelfde periode van 78 naar 51 procent. Dat blijkt uit het vierjaarlijkse HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut.
Amsterdam zag waarschuwing al eerder
Voor Amsterdam komt de ontwikkeling niet uit de lucht vallen. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd bleek al eerder dat in 2024 nog 43 procent van de Amsterdamse jongeren van 13 tot en met 16 jaar homoseksualiteit als normaal beschouwde. In 2021 was dat 63 procent.
Daarachter gaan bovendien zeer grote verschillen schuil. GGD-deskundigen vertelden vorig jaar in de Amsterdamse gemeenteraad dat op sommige scholen 89 procent van de leerlingen homoseksualiteit accepteert, terwijl dat op andere scholen slechts 9 procent is. Ook geografisch zijn de verschillen groot. In Nieuw-West, Zuidoost en Noord ligt de acceptatie lager dan in andere delen van de stad.
De GGD wees daarbij ook duidelijke groepen aan waarin de acceptatie lager ligt: jongens, leerlingen uit klas 2, vmbo-leerlingen en jongeren met een niet-Nederlandse achtergrond. De onderzoekers waarschuwden wel dat uit die verschillen niet automatisch kan worden afgeleid wat de oorzaken zijn.
Ook landelijk onderzoek laat al langer verschillen zien. In het HBSC-onderzoek van 2021 had 61,4 procent van de jongeren zonder migratieachtergrond een positieve houding tegenover homoseksualiteit, tegenover 51,5 procent van jongeren met een migratieachtergrond. Ook tussen onderwijsniveaus waren stevige verschillen zichtbaar.
Lahlah: ‘Cijfers zijn schrikbarend’
In de Amsterdamse gemeenteraad werd wethouder Lahlah woensdag geconfronteerd met de nieuwste landelijke cijfers. „De cijfers zijn schrikbarend en ontzettend verdrietig”, zei zij. Volgens de wethouder is duidelijk dat de huidige inspanningen onvoldoende resultaat opleveren. „Laat ik maar meteen heel duidelijk zijn. Er is geen ruimte voor uitsluiting, pesten of discriminatie.”
Lahlah wees tegelijk op andere problemen onder jongeren. Zo noemde zij jongeren met een migratieachtergrond die zich niet gezien of eenzaam voelen. Voor nieuwe maatregelen wil de wethouder eerst de volgende Amsterdamse meting van de GGD afwachten. Daarmee wil zij „nog strenger en beter monitoren waar we het verschil kunnen maken”.
Die nieuwe Amsterdamse cijfers worden naar verwachting in 2027 gepubliceerd. De GGD is dit jaar bezig met de nieuwe meting.
Raad wil niet wachten
Dat antwoord leidde tot onvrede bij meerdere raadsleden. PvdD-raadslid Anna Krijger wees erop dat Amsterdam de dalende trend al langer kent. Volgens haar spelen onder meer algoritmes, de zogenoemde manosphere en extreemrechtse denkbeelden een rol. Dat zijn verklaringen van het raadslid; uit de Amsterdamse Gezondheidsmonitor zelf kan geen directe oorzaak worden afgeleid.
Ook Volt vindt afwachten onverstandig. „Alle alarmbellen gaan echt af, wat we nu doen is onvoldoende”, zei raadslid Pim van Burk. Ook vanuit D66 klonk de oproep om al voor de nieuwe GGD-resultaten met aanvullende maatregelen te komen.
























































